Pseudovertalingen

Verschenen in: Pseudovertalingen

 

Pseudovertalingen zijn teksten (of delen ervan) die zich presenteren als een vertaling, maar dat eigenlijk niet zijn. Vertalingen zonder origineel dus. Of ‘fictieve vertalingen’. Het feit dat er verschillende termen in omloop zijn, toont aan dat het om een zeer verscheiden fenomeen gaat dat zich moeilijk in eenduidige definities laat vatten.

 

(...)

 

In dit nummer brengen we een aantal recente teksten samen die we als hedendaagse voorbeelden van pseudovertaling kunnen beschouwen en die als grootste gemene deler precies die kritische functie hebben. Xiaolu Guo’s Ik Ben China fictionaliseert de vertaling van een briefwisseling tussen twee Chinese geliefden en confronteert de lezer zo met de graduele onthulling van het leven van een politieke vluchteling dat anders in de vreemde taal verborgen zou zijn gebleven. De figuur van Yasusada biedt een hedendaags voorbeeld van een hoax: gedichten van de Japanse auteur en Hirosjima-overlever verschenen in de vroege jaren 1990 in toonaangevende literaire tijdschriften zoals de American Poetry Review. Toen echter bleek dat het om een fictieve auteur ging (wellicht verzonnen door de Amerikaanse literatuurprofessor Kent Johnson), werd de zaak Yasusada een ethische kwestie die overleversliteratuur aan een conceptuele kritiek onderwierp. Vertaalde Verslagen, de vijfde roman van Booker Prize-winnaar en enfant-terrible-cum-éminence-grise van de Schotse literatuur James Kelman, confronteert de lezer met slecht of onvolledig vertaalde verslagen van foltering, moord en vervolging in een niet nader bepaald militair regime, waarbij een fictief vertaalproces resulteert in een verwrongen, beckettiaanse taal die de onvertaalbaarheid van lijden, geweld en trauma leesbaar maakt. De Roemeense dichter en universiteitsdocent Liviu Campanu, vervolgd door het Ceausescu-regime omdat hij de vernietiging van het oude Boekarest aan de kaak stelde, werd in het leven geroepen door Patrick McGuinness, zelf dichter en universiteitsdocent in Oxford. Campanu’s gedichten verkennen de paradoxen van zijn status als politiek vluchteling in de voetsporen van Ovidius, die net als hij in ballingschap leefde in Tomis/Constanta. ‘Vertaling’ duidt hier niet alleen op een linguïstisch proces, maar op de existentiële conditie van de vluchteling die zich als vreemde altijd elders en in transitie bevindt. In de enige originele bijdrage aan dit nummer – maar wat geldt hier nog als ‘origineel’? – biedt Paul Claes ons zijn vertaling van het recent opgedoken honderdvijfenvijftigste sonnet van Shakespeare. We zijn zeer opgetogen dat hij de primeur van deze opzienbarende ontdekking voor dit themanummer heeft gereserveerd. We sluiten ons nummer af met Simon Grennans recente graphic novel Dispossession, een bewerking van Anthony Trollopes John Caldigate (1879). Het hier opgenomen fragment biedt een blik op wat Grennan toevoegt aan Trollopes roman: een verhaallijn over de aboriginals die in de oorspronkelijke roman onzichtbaar en onhoorbaar blijven. Grennan laat ze hun eigen taal spreken, het Wiradjuri. Hij schreef de dialogen in het Engels, waarna ze door Cheryl Riley werden omgezet naar het Wiradjuri, dat in de graphic novel de oorspronkelijke taal wordt die vervolgens vertaald wordt naar het Engels en het Frans. Een kluwen van vertalingen dus, en dat terwijl er in de realiteit nooit van enig origineel sprake is geweest.

 

De volledige tekst lees je in de papieren versie van DW B 2017 2.