Steden na de vloed

Verschenen in: Pseudovertalingen
Auteur: Lieven Ameel

 

Beryth

Beryth is naast een naam ook een echte plaats. Van hoog bekeken heeft de stad de keizerlijke allures van zijn moederstad behouden, de strakke radialen van het stratenplan die uitlopen op steevast stervormige kruisingen – de statige knooppunten van weids uitdijende wijken, waar zeshoekige tempels pronkend uitkijken over de wegvluchtende boulevards. Op straatniveau, zittend aan het raam van een van de rammelende openbare voertuigen, merkt de bezoeker in de eerste plaats de bonkige herenhuizen, robuuste kopieën uit een vorige tijd, die de lanen aflijnen. Opdoemend tussen de verder rommelige steegjes haaks op de boulevard vang je een glimp op van lang in onbruik geraakte stadhuizen, met daken vol ontelbare zwart-wit-rood geruite luikjes. En gedrapeerd over de monumentale gevels, een veelvoud aan driftig ogende figuren onder met stenen kantwerk afgezette gevelnissen, allegorische beelden die niemand op straatniveau nog kan of wil duiden.

Voor wie de tijd neemt om een van die stadhuizen van Beryth van dichterbij op te nemen, dient zich een haast onoverkomelijk probleem aan: hoe de betekenis te ontrafelen van de zo vele en zo overdadige symbolen die deze oude huizen van gezag overwoekeren, tegen de achtergrond van de volslagen desinteresse die de bewoners zelf ervoor tonen? De zware ankers in de handen van de heiligen lijken niet meer dan bezwarend materiaal dat naar de zeebodem dient te worden gejaagd; en als je al iets kon herkennen van de werktuigen in de handen van de afgebeelde gildevoormannen, van de metselaars en steenkappers, beeldhouwers en leidekkers, gaven die alleen iets prijs over wat de beeldhouwer ver weg en in een andere tijd heeft wil zeggen aan de bewoners van een stad van ooit.

 

 

De volledige tekst lees je in de papieren versie van DW B 2017 2.