Ritselende revoluties. Nieuwe poëzie van Maarten van der Graaff en Frank Keizer

Verschenen in: Graphic poem
Auteur: Laurens Ham
Maarten van der Graaff, Dood werk, Atlas Contact, Amsterdam, 2015.
Frank Keizer, Onder normale omstandigheden, Polis, Antwerpen, 2016.
Download deze tekst in pdf:


Met plechtige stappen loopt politica Gerdi Verbeet door Zonnestraal, een modernistisch sanatorium uit 1928. Om haar heen zien we fotoprojecties van revolutionairen uit een lang vervlogen tijdperk, waaronder de bekende foto waarop Piter Jelles Troelstra een menigte toespreekt, beide vuisten geheven. De woorden van Verbeet horen eerder in de jaren 1990 dan in de jaren 1920 thuis:

 

Revolutie! U hoort het, ik kan het enthousiast roepen, maar de revolutiekoorts heeft mij nooit bevangen. Veranderingen bereik je volgens mij door overleg. Een eeuw geleden dachten heel veel mensen daar heel anders over.

 

Verbeets gezicht wordt streng als ze vervolgt: ‘Sociaaldemocraten verwachtten hun heil van het parlementaire systeem. Dat nota bene de sociaaldemocratische voorman Piter Jelles Troelstra zelf de revolutie uitroept [in november 1918, LH], is nog altijd lastig te begrijpen.’

            Natuurlijk is dat onbegrijpelijk voor Verbeet, wier ontwikkeling typerend is voor het pad van haar Partij van de Arbeid sinds de jaren 1990. In het omineuze jaar 1994 ging ze de politiek in, het jaar waarin de PvdA met het eerste Paarse kabinet een neoliberale koers ging varen. Na haar voorzitterschap van de Tweede Kamer is Verbeet functionaris voor elf organisaties en een veelgevraagd spreker voor evenementen in het bedrijfsleven. Van iemand die zó diep in het systeem zit, zal de revolutie inderdaad niet komen.

            Meer in het algemeen spreekt er een gevoel van verwondering uit de aflevering ‘De revolutie’ van de VARA-televisieserie De strijd, die opent met de woorden van Verbeet die ik hierboven citeerde. Als er één ervaring is die ons vandaag vreemd is, dan is het wel die van naderende revolutie. Sterker nog: ieder utopisch potentieel lijkt tegenwoordig te ontbreken.   
            Hoe diep de malaise is, blijkt uit Maarten van der Graaffs tweede dichtbundel Dood werk en Frank Keizers debuut Onder normale omstandigheden. Twee uitgesproken linkse stemmen, die proberen de linkse poëzie nieuw leven in te blazen. Ze doen dat met bravoure en het levert twee bundels op die soms ijzersterk zijn. Toch zijn er ook weinig boeken waar ik de afgelopen jaren zó droevig van ben geworden als deze twee. Ze bieden een schrijnend verslag van een persoonlijke crisis, die samenhangt met het maatschappelijk klimaat: beide auteurs verafschuwen de status-quo, maar zijn niet in staat die te doorbreken.  

Het vervolg van deze tekst lees je in de bovenstaande pdf.