De koningin van het licht

Verschenen in: Finissages
Auteur: Bart Vervaeck
Wessel te Gussinklo, Zeer helder licht, Koppernik/Karaat, Amsterdam, 2014.
Download deze tekst in pdf:



Leed kan vermakelijk zijn, zeker als het om liefdesleed gaat. Zeer helder licht, de nieuwe roman van Wessel te Gussinklo, is daar een briljante illustratie van. Het boek is tegelijkertijd treurig en grappig, somber en licht. De hoofdfiguur en ik-verteller Wander, is eenendertig jaar. Oud, vindt hijzelf en vindt vooral zijn bijna twintigjarige geliefde Hanna. Ze is niet alleen jonger dan hij, ze is ook van een veel hogere sociale klasse. Redenen genoeg voor haar ouders om die oude armoezaaier van eenendertig bij zijn eerste bezoek de deur te wijzen. Het gesprek is opgebouwd als een catastrofe die niet vermeden kan worden. Het begint met de groteske beschrijving van de dominante ouders van Hanna: een gefrustreerde en overspannen vader die thuis zit na conflicten met zijn mededirecteur, een Poolse moeder die van hysterie, bijgeloof en Jodenhaat een roeping heeft gemaakt. In de bedaard uitdijende zinnen van Te Gussinklo klinkt dat zo:

 

De moeder leek mij eenvoudiger, ondanks die zenuwachtigheid; de dreiging van klapwiekend en gillend op de grond vallen bij tegenspraak en ongerief, of smijten met kopjes en borden. Bedrijvig redderend en wat onhandig – ontwapenend dat gedrag – met kleine aanflakkerende en weer abrupt dovende glimlachjes naar mij schonk ze thee in, hield mij schaaltjes voor: wilde ik ‘chocolat’, waar had ik mijn ‘oito’ neergezet. Ze kende die ‘oito’, maar geen woord daarover. Tegen die moeder moest je aardig zijn, die moest je geruststellen. Inderdaad, zo’n Slavische kaak, dat had ik goed gezien in het donker. Hoe was het mogelijk dat Hanna, zo fijn, zo fragiel, zo’n wezentje van dunne lijnen, van precisie en afgewogenheid, afstamde van deze hobbezakachtige moeder met een lichaam opgebouwd uit willekeurig geplaatste rondingen, en die kleine dreigende vader – inderdaad het uiterlijk van een betere timmerman of behanger zoals ik op de foto’s gezien had.

 

Op het lichaam volgt de taal: het gesprek tussen de ouders en Wander lijkt al gauw een sollicitatie-interview. ‘Wat zijn uw voorzichten, wat heeft u mijn dochter te bieden?’ vraagt de vader. Hij wijst op de leeftijd (te oud voor de job), het ontbreken van bruikbare diploma’s (Wander heeft zijn studies psychologie niet voltooid) en als finale klap: ‘Wij hoorden dat u zwaar aan de drank bent en ook aan de drugs.’ Dat klopt niet – Wander is al een jaar sober, ‘zeer helder’ in de woorden van de titel – maar dat stelt de vader niet gerust: ‘De ervaring leert dat verslaafden steeds in hun euvel terugvallen.’ Waarna hij de geliefde van zijn dochter de deur uitwerkt: ‘U zult wellicht elders verplichtingen hebben?’


Het vervolg van deze tekst lees je in de  pdf-versie.