Jonge wolven VIII: 'Vertel me wat je verzonnen hebt': fictie, realiteit en artistieke geloofwaardigheid bij Leon de Winter en A.H.J. Dautzenberg

Leon de Winter, VSV of Daden van onbaatzuchtigheid, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012.
A.H.J. Dautzenberg, Extra tijd, Contact, Amsterdam, 2012.

Goede wolven,

Begin oktober 2012 bezocht ik www.leondewinter.nl. Twee zaken op de frontpage van die site trokken onmiddellijk mijn aandacht: een grote foto van de auteur en de praktisch gecentreerde tekst ‘VSV: Nu overal verkrijgbaar!’, met daaronder een aanprijzing van de uitgeverij: ‘Een spraakmakende pageturner en een verrukkelijk vakantieboek’. Dat wervende zinnetje verbaasde mij nogal: pageturners en vakantieboeken associeer ik niet zozeer met romans van de De Bezige Bij, maar eerder met (literaire) thrillers en detectives. Mijn verbazing groeide des te meer, toen ik in de korte biografie van De Winter las: ‘Zijn meest recente roman is door lezers en critici zeer gunstig onthaalde God’s Gym (2002).’ Afgezien van het feit dat deze informatie volstrekt achterhaald is, is het opmerkelijk dat De Bezige Bij hier juist inzet op De Winters prestige door te benadrukken dat de kritiek God’s Gym goedgezind was.
        Ergens is het maar goed dat De Winters uitgeverij zijn laatste roman VSV of Daden van onbaatzuchtigheid profileert als leesvoer voor aan het zwembad, want van de kritiek moet dit boek het voorlopig niet hebben. Ik doe een greep uit de talrijke commentaren: ‘De roman is een opeenstapeling van kinderachtige onwaarschijnlijkheden’ (Max Pam in HP/De Tijd); getuigt van ‘gepruts op de vierkante millimeter’ (Jeroen Vullings in Vrij Nederland) en slaagt niet in zijn (vermeende) maatschappijkritische inzet: ‘Veel minder dan een geëngageerde roman is het boek de voortzetting van de columnistiek met andere middelen’ (Arjen Fortuin in NRC Handelsblad). Uitgesproken positief is alleen Arjan Peters (de Volkskrant), die de roman daadwerkelijk als verrukkelijk vakantieboek gelezen lijkt te hebben: ‘Deze spektakelroman is evenwichtig en ingenieus, ludiek en vals. [...] Maar bovenal is het verhaal zo spannend dat je móet weten of het bij de zes doden van de Muziektheater-aanslag zal blijven.’
         Die zes doden brengen ons bij de – excuses voor de beeldspraak – bomvolle plot van VSV. Na zijn gewelddadige dood komt Theo van Gogh niet zomaar de hemel binnen: eerst moet hij dienen als beschermengel van de joodse crimineel Max Kohn, die een nieuw hart heeft gekregen van Jimmy, een katholieke priester die (hoe toevallig!) een affaire had met Kohns ex Sonja Verstraete. Sonja heeft intussen een verhouding met Leon de Winter, die daarmee als personage optreedt in zijn boek en niet de enige persoon van vlees en bloed is die in gefictionaliseerde vorm het universum van VSV bevolkt. De Winter is namelijk bevriend met Bram Moszkowicz, die als advocaat van Geert Wilders te maken krijgt met de politieke gevolgen van de aanslagen van een groep radicale moslims, onder leiding van Sallie, de zoon van Max Kohns voormalige handlanger, die (wederom: hoe toevallig!) in de gevangenis zit met Mohammed B, de moordenaar van Theo van Gogh. De plotcirkel blijkt daarmee rond, maar de omtrek is wel erg uitvoerig.
        Wie VSV leest, kan het moeilijk oneens zijn met de kanttekeningen die de meeste recensenten bij de roman hebben geplaatst.

De volledige versie van deze tekst lees je in de pdf.