Nog maar eens een Grunberg. Een poging om 'waarom niet' en Huid en haar in één zin te gebruiken

Verschenen in: Groter en wreder dan ik
Auteur: Sven Vitse
Arnon Grunberg, Huid en haar, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2010.
Download deze tekst in pdf:



De romans van Grunberg, wat moet je ermee? Het is een vraag die me al enige tijd bezighoudt. Enkele jaren geleden heb ik me in deze boekenrubriek al uitgesproken over Tirza (2006), maar echt bevredigend was dat niet. Dus probeer ik het nu opnieuw, in een bespreking van Huid en haar (2010), een roman die zelfs volgens de Grunbergkenners en -liefhebbers die ik erover sprak niet tot zijn beste werk behoort. Een vlot vernietigend stuk drong zich op, waarin ik me afwisselend kwaad en vrolijk zou maken over de gemakzucht waarmee Grunberg allerhande serieuze kwesties in een vlechtwerk van losse flodders en gratuite toespelingen aaneenrijgt, over het gebrek aan (psychologische, filosofische) diepgang, over de kale stijl die nog geen snaar ter waarde van de allerlaagste do weet te spannen.
      
En toch wil ik dat vernietigende oordeel in deze bijdrage opschorten en proberen om Grunberg serieus te nemen. Huid en haar presenteert het personage Roland Oberstein, een econoom en universitair docent die behalve heel wat studenten ook een handvol vrouwen bedient. Hij werkt in de Verenigde Staten, maar onderhoudt contact (vooral telefonisch) met zijn ex-vrouw Sylvie en hun zoon Jonathan, die in Nederland gebleven zijn. Daarnaast ziet hij af en toe zijn Nederlandse vriendin Violet en zijn Amerikaanse minnares Lea, die hij aan het begin van de roman op een congres in Duitsland ontmoet. Later neemt hij een deeltijdse baan aan de Universiteit Leiden en gaat ook de Nederlandse studente Gwendolyne tot zijn intieme kring behoren. Een en ander loopt uit op een fiasco dat ik niet zal verklappen omdat het dit verklappen niet waard is. Kortom, waarom zou ik niet eens een beschouwing over Huid en haar betrachten?

 

Voor het volledige artikel: zie de pdf-versie.