DW B 2007 4: Jaap en de bonenstaak

Voorwoord
Jaap en de bonenstaak

Jaap en de bonenstaak, iedereen kent dit sprookje. Uit de achteloos weggeworpen toverboon groeit een metershoge staak vol scheuten en loten dwars door het hemeldak, en natuurlijk is Jaap zo nieuwsgierig, dat hij erin klimt. Maar waar zal deze klim hem brengen, wat zal Jaap daarboven aantreffen, hoe lenig moet hij zich tonen als iemand hem achtervolgt en hij van de ene loot naar de andere moet springen om te ontkomen? Hoe behendig, hoe soepel, stug, volhardend? Zal de bonenstaak het houden?
Elma van Haren en Arnoud van Adrichem hebben deze klim naar boven en sprong naar beneden als uitgangspunt genomen voor een uit het leven gegrepen project. Dat wil zeggen een bonenstaak te laten groeien, buigzaam en onbreekbaar, waarin de verschillende kunstdisciplines een stevige opstap voor de klimmer betekenen. Tien auteurs werden uitgenodigd om samen de staak te maken, waarbij elk steeds een nieuwe bijdrage maakte, die aansloot op de vorige.


In deze editie