Gedichten

Verschenen in: Irony and Beyond

 


                                                                             O, sage, wie heilt man sich von der Ironie, vom Blick
                                                                             der sieht, aber nicht durchdringt; sage, wie heilt man sich
                                                                             vom Schweigen.
                                                                                                                              Adam ZAGAJEWSKI

 

Ziet ze er niet prachtig uit, deze verdwijnende wereld

de afgesleten hoeken, het zacht geworden vierkant

zelfs als je wilde, haalde je je tong er niet aan open

het veilige doosje dat je wang geworden is, werkelijkheid:

 

ik vroeg mijn moeder ongeschonden uit haar boom te komen

mijn vader na jaren eindelijk zijn tanden eens te laten zien

mijn vrienden de andere kant op te kijken, mijn liefste

de wekker alvast op 7.21 te zetten en nam me stellig voor

 

liederlijk te grienen in de aanwezigheid van onbekenden

in een uitgesproken modern gebouw, mijn hartslag

en de toekomst kort te laten haperen.

 

(Toen ik dit aan de buurman vertelde, kon die er wel

om lachen.)

 

 

 

 

 

Zwijgen

 

 

Dat gaat dus niet: geef me je verrukking en ze wordt van mij

laat tegen de verveling een god opdraven en ik ga op mijn knieën

presenteer een trillend blad vol duizelingwekkende gedachten

 

een uitzicht over de daken, een open raam en ik spring maar intussen

blijft natuurlijk hoorbaar hoe je in je slaap kleine boertjes laat, te zien

hoe speeksel in je mondhoeken koekt, het zou me en dat weet ik goed

 

doen iets aangereikt te krijgen dat ik zelf verzinnen kon.

 

 

 

 

 

 

 

Zeg

 

 

Het is onmogelijk vast te stellen uit welke hoek

de wind nu waait, iets leuks voor de mensen thuis

misschien of anders iets waarom we zelf grinnikend

kussens naar elkaars hoofden kunnen smijten

 

heb jij op dit moment last van onze volstrekte

betrekkelijkheid? Ik niet: ik vind je mooooooooooooooooooi.

 

 

 

 

 

 

 

O

 

 

Natuurlijk past het niet, de dalende niet meer boven

de klimmende, je tranen niet weer in je oog, de scherven

in de vorm van een vaas, de afgelopen minuten

in het verschiet en de kip terug in het ei, maar laten we

 

ten minste sommige dingen weer opgeborgen zien

te krijgen: in de kom de vis, in de kwal de zee.