DW B 2004 3: De prothetische god

Voorwoord
De prothetische god

Het lichaam wordt verbouwd, gepenetreerd en versierd: siliconenborsten, haarimplantaten, liposuctie, irrigation, tatoeage, piercing, scarification. Volmaaktheid wordt gekocht, jeugdige schoonheid gebudgetteerd. Het resultaat in de spiegel bevredigt je één lange seconde, maar nadien moet je weer op jacht naar een beeld dat als een schim voor je uitijlt…
Er is een andere kant: met je lichaam bewerk je het laatste wat ‘echt’ is, en van jezelf. Alles is fake, behalve mijn lijf. Kijk maar: ik knijp, doorboor, beschilder, ik besta. Ik voer mezelf tot volmaaktheid op. Paradoxaal genoeg heb je daarvoor prothetisch materiaal nodig, en dus opnieuw fake.
Alleen via schijn kun je zijn.

 

 

In deze editie