Van ground naar figure. Literatuur in het late elektronische tijdperk

Verschenen in: Literatuurdragers

Een drager is een trekker, een sjouwer. Een drager neemt iets met zich mee. Vermoedelijk werd met drager ooit iets als ‘over de grond meeslepen’ bedoeld, iets zwaars en wellicht iets pijnlijks. Voortslepen, dulden – de last van de materie. Er is ook een relatie met het Letse dragāt, wat verpletteren betekent, niet te (ver)dragen.

Een drager heeft iets met lijden, met een pijnlijke of een zware inspanning te maken. Je associeert het met het Engelse werkwoord to drag eerder dan met het zelfstandige naamwoord carrier, wat wellicht het Engelse equivalent van de term drager voor dit nummer over tekstuele dragers zou zijn geweest. Maar ook in carrier zit het lijden verscholen. Carrier heeft te maken met transport, maar al vanaf 1899 wordt het woord gebruikt om de overdrager van besmettelijke ziektes aan te duiden. Dragen, overdragen, lijden, voortslepen en verpletteren: in al die betekenissen gebruik ik hier drager. Al die betekenissen van drager kan literatuur als cultureel medium uitvoeren.

Traditioneel leren we onze studenten dat het in de literatuur gaat om de overdracht van betekenis: er is een zender, die verstuurt een bericht en dat bericht komt (min of meer gehavend, veranderd, verrijkt) aan bij een ontvanger. Maar literatuur is de afgelopen zestig, zeventig jaar meer en meer zelfreflexief geworden en over de materialiteit van die overdracht zelf gegaan. Er is ruis gekomen in het medium en die ruis – waarvan Friedrich Kittler in Gramophone, Film, Typewriter (1986) zegt dat het al vanaf de negentiende eeuw op de voorgrond gaat treden – wordt steeds meer onderwerp van de materiële dragers van literatuur. Wat betekent deze verandering voor de literatuur en de literatuurwetenschap? Ik laat kort zien dat we ons niet blind moeten staren op het digitale tijdperk om veranderingen in het boek als lichaam of drager van literatuur te duiden. We moeten juist een samenhangend beeld ontwikkelen over een langere periode, die ik hier het late elektronische tijdperk noem.

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2016 2.