Brussels Dichterscollectief
Biografie

Het Brussels Dichterscollectief is een meertalige groep stadsdichters die de ongekende lyrische rijkdom van de Belgische hoofdstad wil verkennen en verrijken. De dichters van het collectief schrijven gedichten in Brussel, over Brussel, geïnspireerd door Brussel. Ze doen dat elk afzonderlijk, maar vooral ook samen.
       Het Dichterscollectief gelooft namelijk dat poëzie niet noodzakelijk een individuele kunstvorm is. Gedichten mogen ook het resultaat zijn van collectieve schrijfprocessen – zoals bekend van de Japanse renga, het cadavre exquis of de estafettevertaling – of beter nog, van herschrijfprocessen. Poëzie is soms de allercollectiefste expressie van het allercollectiefste gescharrel. In de jazz worden standards herwerkt, in de dub remixt men reggaesongs, heel de techno is gegroeid uit het idee van sampling, maar in de poëzie is het aanraken van andermans werk voor velen nog steeds een doodzonde. Terwijl het collectief vindt dat net dat de doodzonde is. De Brusselse stadsdichters geven maar al te graag de onschendbaarheid van hun lyriek op. Heiligschennis is heilzaam.
       Het leverde al boeiende resultaten op. In 2009 was het Dichterscollectief de initiatiefnemer van De Europese Grondwet in Verzen, een grootschalig project in dertig talen waar meer dan vijftig dichters uit heel Europa bij betrokken waren, en ongeveer zeventig vertalers. Het collectief mocht naar hartenlust met de geleverde gedichten aan de slag: ze knipten, schoven en plakten tot er één lang gedicht over Europa ontstond.


Het Brussels Dichterscollectief (www.brusselspoetrycollective.net) kent een wisselende samenstelling. Aan het gedicht 'Humid Galaxy' (DW B 2011 4 BabelGium) werkten mee: Xavier Queipo, Liliane Wouters, Manza, Frank De Crits, David Van Reybrouck en Peter Vermeersch. De artistieke coördinatie is in handen van David Van Reybrouck en Peter Vermeersch. Het internationale literatuurhuis Passa Porta biedt logistieke en administratieve ondersteuning.

Frank De Crits (1942) is een Brusselse dichter. In vele van zijn gedichten staat zijn liefde voor de stad centraal. De Crits publiceerde 6 dichtbundels waaronder 33 werkwoorden en andere miezerigheden, Met chinese inkt en Dichter bij Brussel. Daarnaast vertaalde hij Macedonische poëzie en Franstalige gedichten van onder anderen Max Jacob en William Cliff. Hij schreef ook liedjesteksten voor Johan Verminnen en de folkgroep Rum.

Manza est un rappeur bruxellois d’origine marocaine. Il pratique un rap sans illusions mais engagé. Son objectif est de créer un hip-hop « conscient », c’est-à-dire une musique rythmique accompagnée de textes de nature souvent (anti)politique. Il y parle aussi de religion, d’économie, et d’aversion pour la violence. En l’an 2000, il crée l’asbl Marche à Suivre, qui organise entre autres des ateliers d’écriture; et en 2003, il collabore à une compilation musicale dont les bénéfices seront consacrés à l’aide à la Palestine. Manza a déjà 3 disques à son actif, mais aussi un ouvrage, Pensées en vrac. En 2008, il a publié son recueil de poèmes En Armes et Consciences.

Xavier Queipo (1957) is een Galicische auteur die sinds 1989 in Brussel werkt als Europees ambtenaar. Hij schrijft, naast zijn wetenschappelijke werk over mariene zoölogie en biologie, vooral proza, poëzie en kinderverhalen.

David Van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Hij woont al meer dan tien jaar in Brussel, waar hij onder meer succesvolle non-fictieboeken als De plaag en Congo schreef. Hij is de oprichter van het Brussels Dichterscollectief en sinds 2011 voorzitter van PEN Vlaanderen.

Peter Vermeersch (1959) is politicoloog, slavist, publicist en dichter. Hij woont in Brussel, en doceert en doet onderzoek aan de K.U.Leuven. Meer info: www.petervermeersch.net.

Liliane Wouters (1930) est poète, dramaturge, traductrice et essayiste. Le premier recueil de poème de Liliane Wouters, La marche forcée (1954), a remporté le Prix Polak. En l’an 2000, elle obtenait le Prix Goncourt de la poésie pour Le Billet de Pascal. Ses autres recueils, Le bois sec et Le gel, furent également un succès. C’est pour Le Rideau de Bruxelles qu’elle écrit sa première pièce de théâtre, Oscarine et les tournesols. Suivent La Porte en Vies et morts de Mademoiselle Shakespeare. Elle remporte son plus grand succès avec La salle des profs. Wouters traduit également du néerlandais, principalement de la poésie du Moyen-Âge. Les belles heures de Flandre est une anthologie de ses traductions. Liliane Wouters a aussi travaillé avec Alain Bosquet sur une vaste et riche anthologie, La poésie francophone de Belgique. Elle est membre de l’Académie Royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique, de l’Académie Royale de Langue et Littérature néerlandaises, et de l’Académie européenne de Poésie.