Gesprekken met Ivo Michiels

Auteur: Lex Bohjmeijer

 

En in zijn benen de onwil om in beweging te komen, om het besluit te nemen dat hij toch en uiteindelijk nam, wijl hij de oudste was en hij ze veilig had thuis te brengen gelijk hij die morgen, uren, dagen, weken geleden beloofd had, met een ‘ja’ op de lippen en een ‘ja’ in de ogen en van boven tot onder een ‘ja’, ja en daarop dus niettemin in beweging kwam.

                                                                            Uit: Het boek Alfa

 

 

Waar haalt een mens zijn inspiratie vandaan? Voor mij is het werk van Ivo Michiels al meer dan 25 jaar een niet aflatende bron van inspiratie. Ik kom hem ook nu nog, na zijn dood, regelmatig tegen, tijdens de gesprekken die ik voer, bij de boeken die ik lees, de teksten die ik schrijf, de dromen die ik droom. Dan licht er een passage op uit een van zijn romans – ‘Alle vrouwen in mijn boeken heten An, zelfs als ze al eens niet zo heten, dan nog heten zij An’– of ik hoor zijn schallende lach als ik het woord ‘feest’ in de mond neem.

Een voorbeeld. Onlangs had ik een werkbespreking in een luidruchtige koffiebar in Amsterdam, waar de gesprekken over elkaar heen schuiven, de stemmen af en toe verloren raken in het gesis van het espressoapparaat. Een theatermaker ontvouwde zijn plannen voor een nieuw project. ‘Waar ik in Nederland tegenaanloop, is het eenduidige denken. Nederland is een horizontaal land. “Jij bent een Turk, mooi, dan weten we wie je bent.” Maar daarachter zit een ijsberg van gelaagdheid. Ik ben zelf een Turks-Duitse Nederlander. Homoseksueel, als moslim opgevoed, weduwnaar, kunstenaar, econoom, acteur, curator. Ik ben een polyfoon wezen.’

Kijk, op dat ogenblik schuift Ivo Michiels aan. Veelstemmigheid, polyfone gelaagdheid, ja! Ik hoor het hem zeggen, juichend, zingend, betogend, vertellend. Zo wordt ook deze ontmoeting in een luidruchtig Amsterdams café anno 2016 mede gestuurd door mijn verstandhouding met Michiels, zijn oeuvre, zijn persoon. Meestal duurt het dan ook niet lang of ik laat zijn naam vallen. Zoals in dit geval. Dan begin ik te vertellen over Exit en het slot van Het boek Alfa.

 

Ik ben dus al een half leven lang met Michiels in gesprek, sinds die allereerste keer dat ik hem in levenden lijve ontmoette, in zijn oude dorp aan de voet van de Mont Ventoux. Laat ik proberen dat levenslange gesprek (dat postuum wordt voortgezet) in kaart te brengen door er een aantal cruciale momenten uit te lichten. Ik ga terug in de tijd, terug naar het begin.

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2017 3.