Met Ivo Michiels, in gesprek

 

Wij worden gedreven en gedragen door tijd. Tijd is een stroom waarop je drijft. Het enige schrijversportret: in de omgeving? Samuel - O Samuel - Beckett. ‘Het enige wat ik duld. Heb ik iets mee, maar we verschillen ook erg. Beckett wilde zwijgend het leven in, terwijl ik pratend het kerkhof wil betreden. Weet je, ik houd van deze kamers, maar soms heb ik zin om tabula rasa te maken. Alles weg. Ik zou heel graag opnieuw beginnen.’   Ivo Michiels

 

Dit jaar is het vijf jaar geleden dat de Vlaamse schrijver Ivo Michiels (1923-2012) overleed. Zijn veelzijdige oeuvre betekent veel voor verschillende generaties lezers en schrijvers, en voor de geschiedenis van de naoorlogse Nederlandse literatuur. Michiels schreef twee monumentale romancycli, De alfa-cyclus (1963-1979) en Journal brut (1983-2001). Met zijn talloze kritieken in Het Handelsblad bracht hij onvermoeibaar de internationale voorhoede van kunst, cinema en literatuur onder de aandacht van het publiek. Hij trad in contact met vernieuwers in de kunst zoals Jef Verheyen, Lucio Fontana en Piero Manzoni. Hij maakte zelf vernieuwende films samen met de cineasten Roland Verhavert en André Delvaux. Generaties studenten van de filmschool RITCS hingen aan zijn lippen. Hij was een verbindende figuur als redacteur van tijdschriften zoals Randstad en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Die geschiedenis leeft vandaag op allerlei manieren voort. Deze DW B-focus wil graag aan die voortzetting bijdragen. Michiels is dood, maar het gesprek met zijn literaire werk gaat verder.

‘Pratend het kerkhof betreden.’ Het is een van de motto’s van Ivo Michiels en een wezenlijk deel van zijn visie op leven, kunst en literatuur. Spreken is voor hem een bevrijdende, verenigende en ook kritische daad. In zijn literatuur overbrugt de dialoog tijden en plaatsen, hij maakt van verschillen gelijkenissen, doet stemmen versmelten en kan zelfs de dood overwinnen. De sneeuwdialoog in Het boek Alfa (1963) is de oerscène van dat principe. Te midden van het oorlogsgeweld dat Michiels beschrijft en dat hem obsedeert, buigt de dialoog tussen de soldaat en An het geweld van de taal om tot een liefdevol ritme en ritueel. Tot in de telefoongesprekken in Iqualuit van Maya Maya (2013), het prozawerkje dat hij kort voor zijn dood nog afwerkte, houdt Michiels vast aan dat idee van ludiek en meerstemmig converseren.

 

Het vervolg van deze tekst lees je in DW B 2017 3.