Omtrent de nevelen. Brief aan Michiels

 

Beste Ivo Michiels,

Waarde schrijfbroeder,

 

Dit wordt een lastige brief, wat jij kunt ’m niet meer lezen, laat staan beantwoorden. Ik ga helaas moeten schermen met de Ivo Michiels in mijn hoofd, een fantasma, iemand die bestaat uit woorden door mij gelezen, verknipt dus door mijn herinnering aan die lectuur, veroordeeld door mijn mogelijke vooroordelen of niet, mijn liefde of niet, dus noodgedwongen verbeeld en mismeesterd. Spoken kunnen worden verjaagd door gesprekken, door brieven te beantwoorden, maar helaas is dat in jouw geval onmogelijk geworden.

Ooit hebben we elkaar gezien in Ieper. Samen met Tom Lanoye heb jij op het podium getriomfeerd met teksten over de Eerste Wereldoorlog en alle oorlogen, materie die jou zo heeft geobsedeerd gedurende gans je leven. Tom stelde me aan jou voor. We hebben elkaar de hand geschud. Ik loofde jouw optreden, zei dat het mij een eer was. Jij glimlachte. Dat klinkt banaal, maar die glimlach is me lang bijgebleven en ik kan hem nu ook direct voor de geest halen. Er school een dankbare verontschuldiging in na mijn woorden van lof. Maar in die verontschuldiging school dan weer iets anders. Trots, autoriteit, een geleefd leven in de letteren, erkenning die door dalen is gegaan en pieken heeft verkend, alles in één glimlach.

 

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2017 3.