Over DW B 2017 3

Auteur: Hugo Bousset

Beste lezers,

 

Als ik Ivo Michiels en zijn lieftallige Christiane Faes in Le Barroux, Provence, bezocht, al of niet vergezeld door vrouw en kinderen, hoorde ik steeds die zin uit Max Havelaar: ‘Dikwijls, als ik dien weg langs ging …’ Het betrof dan niet de grote in 1810 aangelegde postweg dwars door Java, maar een klimmen langs de Rue de la République, met een majestueus uitzicht op het twaalfde-eeuwse Château en op de Mont Ventoux. Dertig jaar lang. Vanaf begin jaren 1980, bij de voorbereiding van mijn proefschrift over Het boek Alfa, tot vrijdag 27 juli 2012, mijn laatste ontmoeting met de Meester. We lachten zoals steeds uitbundig met talloze anekdotes uit de Vlaamse en Nederlandse literaire biotoop, maar er sloop ook heimwee en zelfs wat zwaarte in het gesprek. Dit was het laatste.

 

Ik blader in zijn boeken. Ik loop in een van zijn romans rond als personage, samen met Dirk Christiaens, dichter en tv-producer in een tijd toen er over auteurs nog literaire programma’s werden gemaakt. Hij heeft de klinkers van ons beider voornamen verwisseld.

Uit Het boek der nauwe relaties. Journal brut Boek Twee (1985):

‘Durk draagt een aandoenlijk wit, Higgh een donker pak. Hun baarden zijn vrijwel identiek, vol en viriel, op dit stuk zijn de kerels alvast niets veranderd, niet van elkaar vervreemd. Warmte voor deze zoons doorstroomt mij. Je vrienden, net als je ware zoons, kies je niet, je maakt ze ook niet, ze zijn er.’

 

Ik blader door mijn boeken. En ik zie een korte tekst in Ivo Michiels intermediaal (red. Lars Bernaerts, Hans Vandevoorde & Bart Vervaeck, 2012) die ik wil overtikken.

‘Muziek, dans, filmscherm. Het zijn de sleutelwoorden van de roman Sissi. En van het schrijven van Michiels. Dat schrijven vergelijkt hij met het “aanfloepen van zoiets als een scherm”. Beelden en gedachten hollen sneller dan woorden. De schrijver krijgt de tijd niet om de woorden in het gelid te krijgen, de tekst danst, heeft een toon, een stem. In De alfa-cyclus spreken de stemmen minimaal en repetitief, zoals ook Lucio Fontana een soort geometrische mystiek bereikte met zijn tagli en eierschelpen. In de Journal brut-cyclus barsten de boeken uit hun voegen, is er een teveel: je hebt voortdurend de indruk dat vochtige stemmen een koor aanheffen in je leeskamer. Op de voorgrond zingt Romy Schneider, het Meisje uit Wonderland: “L’important c’est d’aimer.” En wij zingen mee.’

 

Ivo Michiels was in de wolken dat hij ─ na een periode van relatieve onverschilligheid in de verre Nederlanden ─ zijn felle revival in deze eeuw nog mee kon maken.  Met Peter Verhelst natuurlijk, en Tom Lanoye, en Jeroen Olyslaegers. Met heruitgaven door De Bezige Bij en een interviewboek van Sigrid Bousset. In 2012 kwam Amerika: de publicatie van Het boek Alfa en Orchis militaris bij Green Integer en de toekenning van de America Award, vroeger al gewonnen door Harold Pinter, Peter Handke, José Saramago en Javier Marías.

Hoe verguld zou hij zijn geweest met het werk voor DW B van Lars en Sigrid, en de creatieve dialogen met zijn teksten van acht jonge, getalenteerde schrijvers én van zijn echtgenote Christiane! Mag ik antwoorden met zijn eigen woorden?

 

 wie niet praat is ten dode opgeschreven

‘Hoe goed zijn de goede woorden.’