Je lach in mijn oren je tekst nog op je lippen

Auteur: Christiane Faes

 

‘Dit is het einde van mijn, neen, van ons verhaal. Wat ga je nu doen? Evident weet ik wat je nu gaat doen. Lezen en herlezen ga je doen, tot het je te gortig wordt. Dan verscheuren? Vast niet. In de haard ermee? Vast niet. Je neemt een cahier en je begint zelf te schrijven, niet gericht aan mij want ik ben er niet meer aan ’t eind. Je schrijft, gewoon, eerste hoofdstuk zie ik staan, dubbelepunt en dan een naam. Ik stel voor Amandine. Eén: AMANDINE. Het klinkt. Als je goed bij zinnen bent en je de talen een beetje meester bent gebleven én je denkt na, dan weet je wat ik daarmee bedoel. Nou veel geluk ermee. En om je voort te helpen: de pen in de poep kan ook. De pen of het zwaard: het ene is in 's Heren Naam vaak het andere waard. Misschien had ik hetzelfde moeten doen. Met de pen en de inkt en het woord, hop, 't epistel via het achterkasteel de wereld en de toekomst in, Aju paraplu.
Een dikke kus nog van je liefhebbende.’
 

Ivo Michiels, niet gepubliceerde laatste deel van Maya Maya



Heb je de poort gesloten?

Ja Ivo, ik heb de poort gesloten.

Heb je het luik van de woonkamer gesloten?

Ja Ivo, ik heb het luik van de woonkamer gesloten.

Het luik van mijn kamer ook?

Ja Ivo, het luik van je kamer.

Het luik van de slaapkamer?

Ja Ivo, het luik van je slaapkamer.

Het luik van mijn werkkamer?

Ja Ivo, het luik van je werkkamer.

Het luik van mijn bibliotheek?

Ja Ivo.

Het luik van je slaapkamer?

Ja Ivo.

Het luik van de Boeddhakamer?

Ja Ivo.

Ga nu op tijd slapen. Morgenvroeg komt de verpleegster.

Ja Ivo.

Ik zal opstaan voor de verpleegster.

Ik zal de poezen eten geven.

Ik zal koffie zetten voor de verpleegster.

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2017 3.