Dispossession

Verschenen in: Pseudovertalingen

 

De Engelse romanschrijver Anthony Trollope was in 2015 tweehonderd jaar geleden geboren. Om dat te vieren bestelde het Druwéfonds van de KU Leuven een graphic novel adaptatie van een Trollope-roman bij de Britse grafische kunstenaar en onderzoeker in de visuele kunsten Simon Grennan (www.simongrennan.com). Om het vrolijk te houden werd een van Trollopes minder bekende werken gekozen: John Caldigate (1879), het verhaal van een upper class twit die na z’n erfrecht te hebben verbrast naar Australië trekt, op zoek naar goud en zedenverwildering; hij keert steenrijk en met een slecht geweten terug naar Engeland waar hij zijn geluk vindt in de armen van een Schone Ziel, tot de gevallen vrouw waar hij in Australië voor viel plots opdaagt om hem van bigamie te betichten.

Grennans adaptatie, gepubliceerd in het Frans als Courir deux lièvres (Les Impressions Nouvelles, 2015) en in het Engels als Dispossession (Jonathan Cape, 2015), is een mooie mix van trouw en overspel. Voor het tekenwerk ging hij op zoek naar een grafische lijn die de opvallend onopvallende narratieve stem van Trollope treffend traceert; voor de verhaallijn permitteerde hij zich een aantal ingrepen die blinde vlekken in de roman doen oplichten. De belangrijkste van die blinde vlekken betreft de aboriginals, de oorspronkelijke inheemse bevolking van Australië, die in Trollopes roman totaal onzichtbaar blijft. Grennan gaf hun een eigen parallelplot en tekstballonnen in het Wiradjuri, een tot voor kort op sterven na dode taal die in negentiende-eeuws Australië nog zonder overheidssteun gesproken werd in de regio waar Caldigate zijn goud zocht, maar waar Trollope geen oren naar had. Grennan heeft hem die aangenaaid, dan verzonnen wat Caldigate nooit hoorde en Trollope nooit schreef, en vervolgens gevraagd aan Cheryl Riley om het om te zetten in het Wiradjuri.

In het fragment dat we hier opnemen alterneren we tussen de Franse en de Engelse versie van Grennans boek. Het Engels is van Grennan, het Frans van Mireille Ribière.

 

Het fragment lees je in de papieren versie van DW B 2017 2.