De trein naar Irun, alsjeblieft?

Verschenen in: Pseudovertalingen

 

Vertaald door Melani Reumers

 

Irún? Waarom altijd Irún? Op de heenweg en op de terugweg? Was Irún soms niet zelf de kern van alles? Waarvoor dan die moeite om te rechtvaardigen dat het slechts het snijpunt was van twee heel verschillende routes? Een betoog van lege plekken, afwachtende zetten, overstappen op andere treinen op weg naar emigratie, is dat geloofwaardig? Bestaan er echt doorgangssteden? Bestaan er doorgangen?

Moet ik geloven dat de herinneringen van mijn vader zich beperkten tot lege perrons in het duister? Heeft hij nooit ook maar een enkele straat gezien, of een plein, of zelfs maar een kroeg? Alleen maar het station? En de zee? Heeft hij de zee gezien? Lag Irún aan zee? Ligt Irún aan zee?

Ben ik ooit in Irún geweest? Waarom ben ik daar nooit geweest? Kun je met gesloten ogen door een stad lopen?

Raakte mijn vader echt totaal uitgeput als hij de afstand van de diagonaal van de emigratie aflegde met een bijna lege koffer? Was de afstand zo groot? Ben ik dat uiteindelijk op de kinderkaarten met een trillende vinger nagegaan door die v met een onbegrijpelijke hoorn te tekenen? Was het echt nodig dat hij vanaf de Sierra de Huelva naar de provinciehoofdstad afzakte om daarna weer in een ellenlange trein omhoog te gaan naar Irún? Waarom dat stuk achteruit in het begin? Ben ik dat echt nagegaan op kaarten? Zijn kaarten betrouwbaar?

Wachtte Duitsland nadrukkelijk op hem? Nog een nachtelijk station? Kwamen mensen dan altijd ’s nachts op stations aan? Waarom stelde ik me het station zo klein voor? Was het zoals de halte hier, waar we altijd weer voor een jaar afscheid van hem namen? Het station van Irún, of misschien zijn het er meer, zijn die groot, van die stations met veel glas die me aan kathedralen doen denken?

 

De volledige tekst lees je in de papieren versie van DW B 2017 2.