Het verlangen naar ontroostbaarheid. Onpersoonlijke emoties van Jan Lauwereyns

Verschenen in: Eigentijd
Auteur: Jeroen Dera
Jan Lauwereyns, Nouvelle, Koppernik, Amsterdam, 2015.

 

De affectieve hypothese

‘Je kunt niet schrijven als je je empathische kant hebt dichtgemetseld’, stelde Connie Palmen in NRC Handelsblad naar aanleiding van haar (in mei 2016 met de Libris Literatuurprijs bekroonde) roman Jij zegt het (2015). Als dat waar is, moet een schrijver zich kunnen inleven in de gevoelens van een ander, en bovendien de ultieme controle over zijn of haar eigen emoties hebben. Empathie zou ook de lezer van literatuur niet vreemd zijn, getuige bijvoorbeeld de pleidooien van Richard Rorty en Martha Nussbaum over de relatie tussen literair lezen en solidariteit, of de (nogal omstreden) onderzoeksresultaten van David Kidd en Emanuele Castano (Science, 2013), die aantoonden dat de lectuur van ‘ingewikkelde’ literatuur het empathisch vermogen vergroot.         
            Blijkens haar recensie van Jij zegt het bleek Volkskrant-criticus Persis Bekkering de nodige moeite te hebben gedaan die empathie voor Palmens literaire pendant van Ted Hughes op te brengen. Vanwege de overdaad van Palmens stijl moest ze namelijk ‘hard werken’ om zich ‘open te kunnen stellen’ voor de roman, maar uiteindelijk ontstond er in Bekkerings lectuur wel ‘intimiteit met de lezer’. Hoewel de criticus nergens expliciteert waarom die ‘intimiteit’ gewenst is, lijkt het hier om een positieve kwalificatie te gaan. Afgaand op haar slotzin had Bekkering er zelfs meer van willen zien: ze duidt Jij zegt het daarin aan als een ‘bomvol dwaalboek dat niet je hart, maar wel je hoofd verleidt’.
            Bekkerings bespreking van Palmens roman bewijst dat voor de Nederlandstalige literatuurkritiek de ‘affective hypothesis’ opgaat. Rachel Greenwald Smith introduceert die term in haar boek Affect and American Literature in the Age of Neoliberalism (2015) om een dominante attitude ten opzichte van literatuur te vangen: we zouden lezen om ons te identificeren met de persoonlijke ervaringen van andere individuen, al dan niet om zelf een beter individu te worden. In dat scenario is literatuur, aldus Greenwald Smith, een voertuig van ‘the emotional specificity of personal experience’. Ze meent voorts dat die affectieve hypothese het literaire domein in verband brengt met de politieke ideologie van het neoliberalisme. Een op neoliberale leest geschoeide samenleving verlangt immers van individuen dat zij hun ‘emotionele portfolio’ beheren: emoties, gevoelens en ervaringen moeten worden gecontroleerd of zelfs gemanaged; voor authentieke of afwijkende emoties is weinig tot geen plaats. In wezen onderschrijft Persis Bekkering dat schema als ze openlijk zoekt naar de ‘intimiteit met de lezer’ in Jij zegt het: als Palmen te weinig emotioneel gespecificeerd te werk gaat, wordt het voor de criticus moeilijk haar emotionele portfolio te beheren en raakt Palmen haar niet in het hart. 

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de bovenstaande pdf.