Jonge wolven XIV: Ongemak en ongeloof. Kindermisbruik in Het hout van Jeroen Brouwers en Muidhond van Inge Schilperoord

Verschenen in: Graphic poem
Jeroen Brouwers, Het hout, Atlas Contact, Amsterdam, 2015.
Inge Schilperoord, Muidhond, Podium, Amsterdam, 2015.

 

Beste wolven,

Hoe benader je als schrijver een onderwerp dat het daglicht eigenlijk niet kan verdragen? Tot die vraag hebben zowel Jeroen Brouwers als Inge Schilperoord zich moeten verhouden toen ze een roman schreven die gecentreerd is rond pedofilie en kindermisbruik. Als we de vakjury’s mogen geloven, zijn beide auteurs er zeer goed in geslaagd om dit onderwerp van een overtuigende literaire vorm te voorzien: Brouwers won met Het hout de ECI Literatuurprijs 2015, Schilperoord met Muidhond de Bronzen Uil 2015. Hoewel de romans een andere maatschappelijke insteek hebben – Brouwers richt zich op de doofpotcultuur rondom het misbruik in de katholieke kerk, Schilperoord op de psychiatrische normalisering van de pedofiele recidivist – focussen ze allebei op de psyche van de betrokkenen bij kindermisbruik: Het hout richt zich op die van de zwijger/de wegkijker; Muidhond op die van de dader.

            Een succesvolle strategie om zo’n ongemakkelijk, wringend onderwerp in een roman te onderzoeken is wellicht om heel dicht op de huid van die betrokkenen te gaan zitten. Als de schrijver zijn lezers diep in de geest van een dader of zwijger af wil laten dalen, ligt het voor de hand om voor een ik-vertelling te kiezen. Een van de oorzaken van het feit dat Vladimir Nabokovs klassieker Lolita (1955), de ultieme roman over pedofilie, zo goed doel treft, is dat we uitsluitend het perspectief van het pedofiele hoofdpersonage kennen: daardoor worden we gedwongen om mee te gaan in diens gedachtegang, of we nu willen of niet. Met dat ik-perspectief plaatst Nabokov ons voor een ethisch dilemma: willen we wel opgaan in gedachten en verlangens op wie menigeen de labels ‘pervers’, ‘immoreel’ of ‘abnormaal’ zou plakken? Als het antwoord ‘nee’ is, moeten we stoppen met lezen. Ik vind het een interessante vraag om na te gaan in hoeverre Het hout en Muidhond ons voor zo’n dilemma plaatsen, en vooral welke elementen in de compositie en de stijl daar wel of niet constitutief voor zijn. 


Het vervolg van deze tekst lees je in de bovenstaande pdf.