'Ik ben hier. Niet daar.' Anti-anti-utopisme van Frederik Willem Daem

Verschenen in: Utopia
Auteur: Sven Vitse

 

‘You are not alone. There is something out there.’ Een elektronisch vervormde stem fluistert de luisteraar deze bezwerende boodschap in de oren. De stem zit diep verborgen in het meest ontroerende muziekstuk dat ik de voorbije jaren heb gehoord: het lang uitgesponnen ‘Come down to us’ van de Britse producer Burial. In de slotminuten zit een fragment verwerkt uit een toespraak van filmmaker Lana Wachowski – née Laurence (‘Larry’) Wachowski – waardoor het nummer in de sfeer van (trans)gender en mensenrechten terechtkomt. Het sentiment van ‘Come down to us’ appelleert volgens mij echter aan een veel breder existentieel probleem dan de positie van transgenders: het onvermogen om zich bij dat out there nog iets voor te stellen. Een wereld buiten jezelf, waarmee je eventueel in contact zou kunnen treden.

De malaise veroorzaakt door dat onvermogen wordt geregistreerd in het werk van vele jonge schrijvers. De Nederlandse dichter Maarten van der Graaff verwoordt het in Dood werk (2015) kernachtig: ‘Mijn fascisme is dat ik niet weet hoe ik moet schrijven / over gemeenschap’. In de naoorlogse cultuurkritiek was ‘gemeenschap’ lange tijd een woord dat je niet zonder reserve uit kon spreken. Het droeg de smet van nationalisme en fascisme, van het geloof in de eenheid van het volk, van het streven naar zuiverheid en homogeniteit. Een klassieke verwarring van oorzaak en gevolg, waarbij de fascistische notie van gemeenschap het zicht belemmert op de condities die het mogelijk maken, die van ‘gemeenschap’ het lege teken maken dat zo desastreus kan worden ingevuld. 


Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2016 1.