Wereldhuishoudkunde: poëzie als maatnemen. Over Thuis van Geert Buelens

Verschenen in: Utopia
Geert Buelens, Thuis, Ambo, Amsterdam, 2014.

 

Het thuis in verval

Op de grauwe cover van Geert Buelens’ Thuis staat en profil een gebouw afgebeeld. Een huis? De gladde vlakken en de horizontale en verticale lijnen lijken de achtergebleven sporen van wat ooit een aangrenzend pand moet zijn geweest. Maar dat huis bestaat niet meer en van het huis dat we wel zien komen we weinig tot niets te weten. Het blijft gesloten voor onze blik. De titel van de bundel is geplaatst alsof het de naam van het gebouw lijkt. Thuis. De ‘roep van thuis’ die van deze kaft uitgaat klinkt weinig uitnodigend. Het ontbeert ieder sprankje warmte van een huiselijk nest. Sterker nog, het huis lijkt in verval: afgebladderd beton toont de rode bakstenen en onthult vooral de onverschilligheid van haar bewoners. En het donkere grijs geeft het geheel een onheilspellende indruk. Hier wordt niet langer meer zorg gedragen voor datgene dat zorg draagt voor ons: ons thuis.

Dan besluiten we nog een keer te kijken naar het lijnenspel dat zich ontvouwt voor onze ogen. De egale donkergrijze achtergrond deed ons eerst denken aan een grauwe lucht, maar er is iets dat ons dwingt onze eerste, vlugge duiding te herzien. Over het midden lopen twee verticale lijnen die lijken te duiden op de constructie van een ander, groter gebouw. Plots wordt het duidelijk: wat wij al die tijd voor de overgebleven zijkant van een huis hielden, blijkt in werkelijkheid een soort trompe- l’oeil van de contouren van een huis dat is geschilderd op een groter gebouw. Het is alsof iemand ons een teken heeft willen geven: het thuis is in verval! Maar onmiddellijk ontstaat er een speelse verdubbeling; een eigenschap die we ook in de poëzie van Buelens terugvinden. Wat we hielden voor een thuis waarvoor niet langer zorg wordt gedragen blijkt zelf een thuis te vinden op een ander gebouw. Het grotere, nog donkerdere gebouw draagt het thuis en geeft onderkomen aan het thuis, zonder daarbij zelf volledig thuis te geven. Het blijft immers onverminderd ontoegankelijk voor onze blik. Het enige dat we mogen concluderen, is dat thuis nooit simpel thuis is en dat er altijd meerdere vormen van thuis mogelijk zijn. Het vormt de belangrijkste thematiek van de gedichten in deze bundel, waarin Buelens de relatie tussen ‘thuis’ en ‘dichten’ de maat neemt. Het is een thematiek die op zich niet nieuw is; misschien maakt ze zelfs, zoals wel is beweerd, het wezen van de poëzie uit. 


Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2016 1 en in de pdf hierboven.