Sokken en schoenen op Sandy

Verschenen in: Onmogelijk scenario
Auteur: Bart Vervaeck
Peter Verhelst, De kunst van het crashen, Prometheus, Amsterdam, 2015.

Op 23 april 2013 maakt de ik-verteller van Peter Verhelsts nieuwe roman een zwaar auto-ongeval mee. Hij had dood moeten zijn, maar door een of ander toeval (misschien geholpen door de stevigheid van zijn Volvo) overleeft hij de crash. Tijdens het ongeval, terwijl hij in zijn auto rondtolde, was hij nergens en overal. Achteraf lijkt hij die extatische ervaring (extatisch in de zin van ‘buiten zichzelf’) en die luttele seconden kwijt te zijn, al komen ze via allerlei echo’s zijn ‘nieuwe’ leven binnensijpelen. De driehonderd bladzijden van De kunst van het crashen proberen die verloren ervaring enigszins weer te geven om op die manier een antwoord te geven op vraag: ‘Waar was ik in dat minieme stukje tijdverlies?’ Zo concreet geformuleerd en zo direct verbonden met een auto-ongeval, lijkt de vraag nieuw in het werk van Verhelst. Maar ze sluit perfect aan bij zijn zoektocht naar stilte en stilstand die zijn recente werk kenmerkt. Het ogenblik waarop het leven even stil lijkt te vallen, terwijl het zich tegelijkertijd naar alle kanten ontplooit, staat bijvoorbeeld centraal in Verhelsts bundel Wij totale vlam (2014), waarin de vlam het moment aanduidt dat tegelijkertijd een breuk is (daarna zal het nooit meer zijn als voorheen) en een vereniging, een wij dat de kloof tussen ik en jij opheft. Maar de roman gaat een stap verder in de verkenning van het verdwenen ogenblik.

Hoe krijgt het verloren moment vorm in De kunst van het crashen? Het antwoord ligt in de structuur van de roman en die steunt op twee centrale principes: de explosie en de verspringing. Het eerste principe zie je vooral in de relatie tussen het voorwoord en de zes hoofdstukken; het tweede zie je overwegend in en tussen die hoofdstukken aan het werk.

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2015 4 en in de pdf-versie hierboven.