Een portret van de kunstenaar als jonge fan. De jongste zoon van Bart Meuleman

Verschenen in: Het immateriële
Bart Meuleman, De jongste zoon, Querido, Amsterdam, 2014.

 

Is De jongste zoon van Bart Meuleman een autobiografisch boek? Op een strategische plek wordt een beroemd credo van Daniël Robberechts aangehaald, uit de finale van Tegen het personage: ‘Werkelijkheidshalve kunnen wij maar één enkel verhaal vertellen: het onze.’ Meuleman lijkt in de roman inderdaad over zichzelf te spreken en niet over verzonnen personages. Het boek bestaat uit vier delen, min of meer identiek gestructureerd, en een epiloog. In het begin zit de verteller als kleuter bij zijn moeder op de fiets. In het tweede deel is hij een tiener die naar rockmuziek luistert; in het derde deel gaat hij film studeren. In het laatste deel heeft de verteller een zinloos baantje als tekstschrijver voor Tien Om Te Zien, een muziekprogramma op de Vlaamse commerciële televisiezender VTM. In de epiloog worden al zijn bezittingen in een bestelwagen geladen en verlaat hij definitief het ouderlijke huis. Toch blijft Meuleman gedeeltelijk buiten beeld. Het verhaal dat hij ‘werkelijkheidshalve’ vertelt, is dan wel het zijne, het is niet alleen maar van hem. Om over zichzelf te spreken, doet hij een beroep op vele anderen. Het zijn geen echte personages, maar toch is een belangrijke rol weggelegd voor hun werk en hun bezigheden. Het gaat om schrijvers en dichters als Maurice Gilliams, Leo Pleysier en Hans Faverey, om regisseur Rainer Werner Fassbinder, theatercriticus Wim van Gansbeke, theatermaker Jan Decorte, zangers Helmut Lotti en Will Tura, architecten Paul Neefs, Jos Ritzen en Jozef Schellekens. Het is merkwaardig dat een boek waarin familieverwantschappen geen grote rol spelen, een titel draagt als De jongste zoon. Of zijn jongste zonen – als licht gewijzigde herhaling van de voorafgaande kinderen – minder belangrijk binnen een gezin, waardoor ze zich van de weeromstuit niet diepgaand laten beïnvloeden door hun ouders? 

        De jongste zoon is een portrettengalerij van artistieke vaderfiguren, of van cultuurproducenten die de jonge Meuleman de indruk gaven dat ze hem iets te bieden hadden. Daarna is hij zelf een veelzijdige kunstenaar geworden. Hij is dichter (van de bundels Marines (1992), Kleine criminaliteit (1997), Hulp (2004) en Omdat ik ziek werd (2008)), essayist (De donkere kant van de zon. Over popmuziek (2009)), criticus (zie de scherpe teksten over onder meer Yves Desmet en Jan Fabre in De Witte Raaf), schrijver van kinderboeken (bijvoorbeeld Meneertje Kokhals in het ziekenhuis (2008), met illustrator Paul Verrept), scenarist (van de Canvas-reeks Duts, samen met Herwig Ilegems) en theatermaker (zoals van De Smerige Trilogie (1999-2001) en het biografische Martens (2006), en recenter, bij het Toneelhuis in Antwerpen, van de op teksten van Claus, Duras, Gilliams en Kafka gebaseerde stukken De verwondering (2014), Half elf zomeravond (2012), De man in de mist (2012), Gregoria (2011), In de strafkolonie en Het hol (2010)). 

        In De jongste zoon is er van deze multidisciplinaire productiviteit nog geen sprake. De opgroeiende verteller is nihilistisch: hij wil helemaal niets doen. 

 

 

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de bovenstaande pdf.