Ik wil niet sentimenteel doen. Maarten van der Graaff naast Hakim ik weet niks

Verschenen in: Finissages
Auteur: Laurens Ham
Maarten van der Graaff, Vluchtautogedichten, Atlas Contact, Amsterdam, 2013.
Download deze tekst in pdf:



De daklozenkrantverkoper gaf me twee A4’tjes. ‘Mooie gedichten, moet je lezen.’ Vanaf dat moment kreeg hij een naam voor me: Hakim ik weet niks. Dat pseudoniem herkende ik, ik had zijn gedichten vaker in de schrijfrubriek van de daklozenkrant gelezen. Toen al waren ze me opgevallen als interessanter en beeldrijker dan de gemoedsuitstortingen die meestal in het blad te vinden zijn. Maar met de twee langere gedichten die ik nu in handen had gekregen maakte hij pas echt indruk. Ze gingen bovendien volop resoneren met de bundel Vluchtautogedichten van Maarten van der Graaff die ik op dat moment aan het lezen was.

 

De artiest in heel Utrecht

Het eerste van Hakims twee titelloze gedichten opent ijzersterk:

 

            Ik ben een vliegtuig

             Voor iedereen

             Ik ben een station

             Van het hele vliegtuig

             Maar ik weet niet waar ik heen ga vliegen

             De piloot weet het

             Ik ga vliegen zonder oog

             En zonder hart

 

Wat een fascinerende beelden: het lyrische ik ontpopt zich achtereenvolgens als ‘een vliegtuig’ en als ‘een station / Van het hele vliegtuig’. Hij benoemt zichzelf dus als een transportmiddel en een terminal tegelijk, die is overgeleverd aan de piloot die, anders dan hij, wel weet waarheen de vlucht gaat. Ik lees dit als een beeld voor dakloosheid. Niet alleen zijn doorvoerhavens als stations bij uitstek de plekken waar veel daklozen schuilen – dat gold voor Hakims Utrecht net zozeer, tot 2003, toen er een hard repressief beleid tegen slapen op straat werd geïntroduceerd – ook daklozenkrantverkopers zelf bevinden zich permanent in ‘doorvoerruimtes’, omdat ze dagelijks honderden mensen zien passeren die geen oog voor hen hebben. Het is dan ook verleidelijk om in de laatste twee regels hierboven een verwijzing naar de blindheid en gevoelloosheid van het winkelende publiek te lezen. Dat dit geen vergezochte interpretatie is, blijkt verderop in het gedicht, wanneer de tekst een misschien wat al te expliciete wending neemt naar de confrontatie tussen de ik-figuur en het publiek: ‘Ik zeg tegen mensen, begrijp mij / Maar mensen begrijpen mij niet / Ze zeggen: sorry, ik heb niets voor jou’. 


Het vervolg van deze tekst lees je in de pdf-versie.