Een dubbeltje op zijn kant. Over Gelukkige slaven van Tom Lanoye

Verschenen in: Verloren post
Auteur: Hans Demeyer
Tom Lanoye, Gelukkige slaven, Prometheus, Amsterdam, 2013.
Download deze tekst in pdf:


‘Voor je het weet ben je een snack. Je hoefde geen neuroot te zijn, hield Tony zich dagelijks voor, om te vrezen voor a worst case scenario. Vandaag de dag was paranoia een ander woord voor nuchterheid’, lees je in de korte proloog van Gelukkige slaven, de nieuwe roman van Tom Lanoye. Ondanks deze waarschuwing zullen de twee centrale personages, die beiden Tony Hanssen heten, zich meerdere keren verkijken op hun situatie en zich telkens hapklaar serveren aan het toeval of aan wie hen ook claimt. Sterker dan hun achtervolgingswaanzin is steeds de hoop ‘op een tweede kans. Een toekomst, net als iedereen.’ Lanoye plaatst hun zoektocht naar een lotsbestemming in de context van de economische (banken)crisis en de globalisering. De roman speelt zich niet af in de westerse wereld, maar in Argentinië, Zuid-Afrika en China, landen die in deze roman net als in onze culturele verbeelding een ‘wereld in ontwikkeling’ symboliseren.

        Op Lanoyes kenmerkende wijze verschijnt de wereld in Gelukkige slaven theatraal. Daarmee doel ik enerzijds op de indrukwekkende manier waarop Lanoye een ruimte en een sfeer kan creëren die de lezer geruisloos en vol verwachtingen een scène doen binnentreden. Zo is de introductie van beide Tony’s in de proloog gewoonweg knap. Onze eerste ontmoeting met Tony 1 in Buenos Aires wijst meteen op diens onbeholpenheid en zwakke ruggengraat: ‘Hijgend en zwoegend in een kitscherig gerenoveerd herenhuis, una casa de turistas, waar hij op de tweede etage een Chinese matrone aan het bevredigen is, op haar aandringen en tegen zijn goesting.’ Tony 2 vinden we terug in een Zuid-Afrikaans natuurpark waar hij illegaal is binnengebroken om de twee hoorns van een neushoornkoe te bemachtigen. Het einde van zijn introductie verbeeldt zijn angst en de stijgende thrillerachtige spanning: ‘Met een hoekje van zijn klamme zakdoek poetst hij de glaasjes van de vizierkijker op. Muggen zoemen rond zijn slapen. De hemel kleurt steeds roder, alsof iemand zich in een teil warm water de polsen heeft geopend.’

        Anderzijds betekent theatraal bij Lanoye ook steeds het grote gebaar, de overdrijving en het spektakel. Behalve als symbool fungeren de verschillende steden als overweldigende decors waarin de mens zijn grootste strijd uitvecht: die voor het behoud en de invulling van zijn identiteit. De belevenissen van beide Tony’s zijn vaak onwaarschijnlijk terwijl hun emoties steevast vol pathos zijn: telkens slaan de actie en belevingswereld om van hoop in wanhoop. De drijvende kracht van deze roman is dan ook de spectaculaire plot: Lanoye vertelt spannende episodes met cliffhangers en laat dialogen en acties primeren op reflecties. 

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2014 3 en in de pdf hierboven..