De naïeve en de sentimentele romanschrijver. Vele hemels boven de zevende van Griet Op de Beeck

Verschenen in: Verloren post
Griet Op de Beeck, Vele hemels boven de zevende, Prometheus, Amsterdam, 2013.
Download deze tekst in pdf:


Wat is er zo verleidelijk aan het romandebuut van Griet Op de Beeck? Op de achterflap noemt Peter Verhelst het ‘superieur geschreven, zo teder en kwetsbaar en bijwijlen ook zo geestig dat je hart ervan breekt en opspringt tegelijkertijd’. In de eindejaarslijstjes van NRC Handelsblad die december vorig jaar verschenen, sprak Marc Chavannes van een ‘ruwe diamant, maar allerminst een beginnersdebuut. Vanzelfsprekende directheid, die tederheid en subtiliteit niet uitsluit. Een warm boek dat twee keer zo lang had mogen zijn.’ Sinds het begin 2013 verscheen, is het boek al meer dan tien keer herdrukt. Vele hemels boven de zevende won bovendien in het najaar de publieksprijs van de Bronzen Uil en hoewel het geregeld terughoudend is besproken, overheersen commentaren waarin herkenbaarheid samen met gevoeligheid worden geprezen. Er spelen vast veel externe factoren een rol in dit succes, die niets met het boek te maken hebben. En toch mikt deze tekst onmiskenbaar op vele lezers door hen op een directe en diepmenselijke manier te omhelzen.

        Vorm en inhoud werken als een linker- en rechterarm samen om dit verlangen naar onmiddellijk en onterughoudend contact te realiseren. Het probleem is dat de goede bedoelingen, die uit elke regel tevoorschijn spatten of druipen, niets met literatuur te maken hebben en ook de werkelijkheid geweld aandoen. Zowel de taal als het verhaal worden ondergeschikt gemaakt aan emotioneel winstbejag, aan directe erkenning en herkenning, aan de drang tot medelijden en ontroering. In het spoor van Schiller heeft Orhan Pamuk, in lezingen die hij gaf aan Harvard University, een onderscheid gemaakt tussen de naïeve en de sentimentele romanschrijver. Schiller hanteerde die termen in de achttiende eeuw niet zoals dat vandaag gebeurt. Volgens hem denkt de naïeve romancier de werkelijkheid en de natuur onbewust en perfect weer te geven door middel van taal: het is alsof taal geen techniek is en geen medium, maar een openstaand venster op een wereld die voor iedereen hetzelfde is. Voor de sentimentele schrijver bestaat zo’n wereld niet, en valt de werkelijkheid uiteen in een quasi oneindig aantal subjecten. Een beetje kritisch, bewust en vaak met de moed der wanhoop, gaat dit soort romancier toch op zoek naar de werkelijkheid en de waarheid, in het volle, maar vergeefse besef dat die niet als absolute waarden bestaan.

        Op de Beeck combineert het slechtste van beide posities. Met Vele hemels boven de zevende toont ze zich naïef omdat ze nergens of nooit haar eigen middelen, clichés en trucs in het licht plaatst en meent het leven weer te geven zoals het is. Toch is ze ook uitermate sentimenteel omdat ze de werkelijkheid onnoemelijk veel geweld moet aandoen om alles in haar overdreven gevoelige en eenzijdige wereldje een plaats te kunnen geven. Het resultaat is naïviteit en sentimentaliteit in de meer bekende, moderne betekenissen: simpel, eenvoudig en getuigend van weinig begrip – en daarnaast ook week, plakkerig teder en spectaculair tranerig.

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2014 3 en in de pdf hierboven.