Het gewissel van de wacht. Over Maya Maya en het oeuvre van Ivo Michiels

Verschenen in: Grensgangers
Auteur: Lars Bernaerts
Ivo Michiels, Maya Maya, De Bezige Bij, Amsterdam, 2013.
Download deze tekst in pdf:

Een maand voordat Ivo Michiels in zijn huis in Zuid-Frankrijk overleed, bezorgde hij het manuscript van zijn laatste roman aan zijn uitgever. Maya Maya zou verschijnen op de negentigste verjaardag van de auteur, op 8 januari 2013, maar de geplande boekvoorstelling werd eerder een herdenking dan een verjaardagsfeest. In de geest van Michiels’ oeuvre was die herdenking echter niet minder feestelijk: elk einde, ook dat van het leven, opent nieuwe perspectieven. Michiels noemde dat principe het ‘Onophoudelijke Begin’. Het figureert in zijn levensbeschouwing en speelt de hoofdrol in zijn opvatting van literatuur (uiteraard zijn die twee bij hem niet te scheiden: leven doe je om te schrijven, schrijven om te leven). Elk boek moet vernieuwend zijn ten opzichte van het voorgaande, op een dialectische manier. Wil het nieuwe deel het voorgaande overstijgen, dan moet het ene het andere ook bevatten. Wie denkt dat dit spielerei is, moet weten dat de dialectiek samenvalt met de inspanning om tegenstellingen op te heffen. Eigen en vreemd, oosters en westers, schrijven en leven, links en rechts, het cerebrale en het intuïtieve, het apollinische en het dionysische – klassieke tegenpolen vloeien samen in Michiels’ werk. Het compositorische gebaar van de schrijver is dus onmiskenbaar geëngageerd.

        Na de voltooiing van de Journal brut-cyclus (1983-2001), die de fase van De alfa-cyclus (1963-1979) achter zich moest laten, werd het tijd voor de volgende wissel van de wacht – vrij letterlijk zelfs, zoals we zullen zien. Maar de nieuwe wacht is via allerlei wegen verbonden met de vorige. Aanvankelijk, zo vertelt Michiels in 2003 aan Lex Bohlmeijer, was Maya Maya (toen nog Terrasjes pikken) opgevat als een vierdelige cyclus. Die zou uit korte delen bestaan waarin een reeks vrouwen geportretteerd wordt. Maya Maya is inderdaad zo’n portrettengalerij geworden. Het grootste deel van de teksten die we in het nieuwe boek vinden, verscheen tussen 2002 en 2011: ‘Terrasjes pikken’ in de heruitgave van Het afscheid. Het boek alfa. Orchis Militaris in 2003, ‘Het hart, het pulserende midden’ in DW B, ‘Op weg naar Nunavut’ in Deus ex machina, en ‘Amandine’ in de reeks radioboeken van deBuren. Zoals Journal brut is Maya Maya dan ook een mozaïek van fragmenten, alleen is het nieuwe boek zowel begin als einde van de (in dit geval hypothetische) cyclus. In die hoedanigheid roept het reminiscenties op aan de begin- en slotdelen van de twee voorgaande cycli. Maar luidt het boek ook een nieuwe fase in, of herhaalt de roman vooral de vertrouwde procedés en motieven? De Michiels-lezer merkt en weet dat het antwoord niet eenzijdig kan zijn. Ja, Maya Maya voert personagetypen en stijlfiguren ten tonele die in de vorige cyclus veel voorkomen; maar die procedés zijn niet ‘vertrouwd’, ze zijn immers nooit mainstream geworden en Michiels blaast ze ook hier nieuw leven in.

Het vervolg lees je in de bijgevoegde pdf.