Het geweld van de interpretatie. Waarom het me moeilijk valt over Charlotte Mutsaers en Tonnus Oosterhoff te schrijven

Verschenen in: Rijndorst
Auteur: Laurens Ham
Charlotte Mutsaers, Dooier op drift, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012.
Tonnus Oosterhoff, Leegte lacht. Gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012.
Download deze tekst in pdf:


In januari 2009 was ik op een letterkundig congres in Leuven waarvoor Maxim Februari de slotlezing uitsprak. Het was een gedreven tekst, waarin hij ten overstaan van een goed deel van de neerlandistiek de receptie van zijn werk naar de prullenmand verwees. Vooral de voortdurend terugkerende opmerking dat zijn werk postmodern is, was Februari in het verkeerde keelgat geschoten: het had hem gekrenkt dat zijn teksten, gegroeid vanuit persoonlijke inzet en eigen verbeeldingskracht, zo achteloos in een nietszeggende containerterm werden ondergebracht waarin hij zich bovendien niet eens herkende.
       
De neerlandici waren niet erg over de lezing te spreken. Wie dacht Februari wel dat hij was? Wist hij dan niet dat het in de literatuurwetenschap al sinds de jaren 1960 niet meer over de intenties van de auteur zelf ging? Zelf was ik wél onder de indruk van Februari’s woorden. Die hadden me geconfronteerd met de gewelddadige kracht die uitgaat van een letterkundige interpretatie. Dat de literatuurwetenschap de auteur heeft doodverklaard mag dan zo zijn, maar die ‘dode’ auteur is tegelijk een mens van vlees en bloed wiens werk enigszins hardhandig op het procrustesbed van de literaire interpretatie wordt gelegd. Daar wordt het werk net zo uitgerekt of klein gehakt tot de wetenschapper tevreden is.

Lichte gruwel
Aan Februari’s lezing moest ik terugdenken toen ik de afgelopen maanden met dit stuk bezig was. Deze tekst heeft een heel lange aanloop gekend: hij begon als een recensie van Tonnus Oosterhoffs recentste bundel Leegte lacht, metamorfoseerde toen in een essay over zijn daarna verschenen verzameld werk Hier drijft weg en werd vervolgens geklutst tot een tekst over de dichtbundel Dooier op drift van Charlotte Mutsaers. Gaandeweg werd me steeds duidelijker dat het me niet zou lukken om over Oosterhoff of Mutsaers te schrijven, behalve als ik het werk zou benaderen vanuit mijn onvermogen om erover te schrijven. Vandaar dat ik in dit stuk een persoonlijke vraag centraal stel: waarom vind ik het moeilijk over Charlotte Mutsaers en Tonnus Oosterhoff te schrijven?


Het vervolg van deze tekst lees je in de bijgevoegde pdf.