Notice: unserialize(): Error at offset 24 of 29 bytes in /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc on line 566

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc:566) in /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc on line 736

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc:566) in /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc on line 737

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc:566) in /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc on line 738

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc:566) in /home/dwb/public_html/includes/bootstrap.inc on line 739
Antwoorden op vragen zonder antwoord. Cees Nooteboom mijmert verder | DW B

Antwoorden op vragen zonder antwoord. Cees Nooteboom mijmert verder

Auteur: Marc van Zoggel
Cees Nooteboom, Brieven aan Poseidon, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012.
Download deze tekst in pdf:

‘Hoe begint iets?’ Met die vraag opent Brieven aan Poseidon (2012) van Cees Nooteboom. Het boek begint in ieder geval als een typische Nooteboom. Als over een lopende band trekken op de eerste bladzijde alle bekende ingrediënten en elementen voorbij. ‘2008, een februaridag in München,’ vervolgt het verhaal, ‘ik heb op de Marienplatz een boek gekocht van Sándor Márai, geen roman, maar korte stukken.’ (9)
      
Wie enigszins vertrouwd is met het literaire wereldje en deze zin zou lezen zonder te weten wie de schrijver ervan is, zou waarschijnlijk Nooteboom aanwijzen als auteur. De semifilosofische inzet, de Marienplatz in München, de referentie aan Sándor Márai, ook al zo’n ‘Europese’ schrijver uit het eliteclubje van Marcel Reich-Ranicki – dit is weer helemaal het Nooteboomidioom. Achteloos strooit de auteur met een volgende naam: ‘Jaren geleden, toen nog niemand het over Márai had, gaf Klaus Bittner in Keulen mij zijn laatste dagboek.’ (9) Wie? Klaus Bittner? Even googelen leert dat Klaus Bittner een Duitse roeier was – Olympisch goud in 1960! –, maar er is ook een Keulse boekhandel met die naam. Daar kreeg Nooteboom dus, ‘toen nog niemand het over Márai had’, het dagboek van de Hongaar in handen. Die had in 1989 zelfmoord gepleegd in San Diego. ‘Waarom in godsnaam San Diego?’, vraagt Nooteboom zich af. En waarom vraagt hij zich dat af? ‘Ik ken die stad.’ (9) Uiteraard kent hij die stad, is er nog een stad op de wereld die hij niet kent? En overal heeft hij vrienden: ‘Mijn Hongaarse vrienden zijn verbaasd over het enthousiasme over de romans.’ (10
       
Nooteboom ploft neer op een zonbeschenen terras, bestelt een fluit champagne en leest het boek: ‘Wat ik lees is het werk van een tijdgenoot, iemand die zijn leven doorbrengt met kijken en lezen, reizen en schrijven.’ (10) Op een servetje ontwaart hij de naam ‘Poseidon’. De schrijver blijkt dus eenvoudigweg te zijn neergestreken op het terras van het Münchense visrestaurant Poseidon, maar: ‘Dat moet een teken zijn, iemand wil mij iets zeggen, en ik heb geleerd zulke tekens te gehoorzamen.’ (10) Luttele regels later heeft hij besloten brieven te gaan schrijven aan de zeegod Poseidon, ‘kleine woordverzamelingen die over mijn leven berichten’. Waarom brieven aan Poseidon? We maken een sprongetje in de tijd, het is inmiddels eind juli, Nooteboom zit in Spanje en herinnert zich ‘die zonnige winterdag van een half jaar geleden. Over drie dagen begint mijn zesenzeventigste jaar. De dag daarna begint de maand augustus, de maand van de keizer. Ik heb nog nooit aan een god geschreven.’ (10) Aldus de curieuze logica van Cees Nooteboom.

De tijd zelf
In de eerste brief aan Poseidon geeft Nooteboom iets meer prijs over zijn motieven, over het wie, het wat en het hoe: ‘Ik zocht al lang iemand om aan te schrijven’ en ‘ik dacht dat je’ – hij mag de god klaarblijkelijk tutoyeren – ‘misschien nog iets van de wereld wilde weten’. Hij zal schrijven over dingen ‘die ik lees, die ik zie, die ik denk. Die ik verzin, die ik me herinner, die me verbazen.’ Hoe gaat Nooteboom dat aanpakken, ‘hoe schrijf je brieven aan een god? Het is heel eenvoudig, dat doe je niet, en je doet het toch.’ (13-14)
       
En zo doet Nooteboom het niet en doet hij het toch, en schrijft hij korte brieven aan Poseidon. Drieëntwintig stuks in totaal, Romeins genummerd. Ze worden aangevuld met drieënvijftig andere, eveneens korte tekstjes.

De volledige versie van deze tekst lees je in de pdf.