Zinloos absurd en nodig broodnodig. Over De willekeur van Jan Lauwereyns

Auteur: Jeroen Dera
Jan Lauwereyns, De willekeur, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012.
Download deze tekst in pdf:


In april 2011 kwalificeerde Carl de Strycker Jan Lauwereyns in Poëziekrant als ‘slangenmens’, om aan te geven dat we hier te maken hebben met een ‘kronkelig schrijver’ met een sterke ‘preoccupatie met wendbaarheid’. In het licht van Lauwereyns’ literaire productie tot dat moment was die benaming goed gekozen, mede omdat de auteur zich in zijn oeuvre van meet af aan heeft verzet tegen lineariteit en geijkte patronen. In zijn debuut Nagelaten sonnetten (1999) rekende hij bijvoorbeeld af met de vaste vorm door ‘na te laten’ in sonnetten te schrijven; in bundels als Tegenvoetig, tweebenig (2004) en Hemelsblauw (2011) sprak Lauwereyns zijn fascinatie uit voor de kronkelende (en dus alineaire) slang en in Stemvork (2010), dat hij publiceerde met Arnoud van Adrichem, verschenen associatieve essays zonder aanwijsbare kern, geïnspireerd door de rizomatische filosofie van Gilles Deleuze en Félix Guattari.
        Ruim een jaar na Lauwereyns’ doop tot slangenmens verscheen bij De Bezige Bij zijn nieuwe poëziebundel De willekeur. Het omslag toont een diagram dat een golfbeweging visualiseert, waarvan de amplitude in korte tijd significant groter wordt. Op basis van het zeer regelmatige begin van de golf is die toename niet te voorspellen en in die zin wordt op het omslag van De willekeur wederom de thematiek van patroondoorbreking geaccentueerd. Een eerste oriëntatie op de inhoud van de bundel suggereert eveneens dat Lauwereyns niet in voorspelbaarheid wil verzanden: cycli van prozagedichten staan naast strak gecomponeerde lyriek (tot rijmschema’s aan toe), terwijl hermetische gedichten over het wezen van de semantiek worden afgewisseld met toegankelijker poëzie over het verlies van een oma. En dan is er natuurlijk de titel van de bundel: als er ogenschijnlijk één tegenpool is van voorspelbare patronen, dan is het wel de willekeur.
        De verhouding tussen patroon en willekeur ligt echter complexer dan men op het eerste gezicht zou vermoeden. Het onderscheid is, aldus N. Katherine Hayles in haar boek How We Became Posthuman (1999), terug te voeren op het theoretische principe dat informatie is opgebouwd uit betekenaars die volgens specifieke patronen gerangschikt zijn. Wanneer men zulke patronen loslaat en bijvoorbeeld willekeurige letters achter elkaar plaatst, ontstaat een onbegrijpelijke code die tot ruis in de communicatie leidt. In theoretisch opzicht resulteert willekeur in non-informatie, maar Hayles wijst erop dat de praktijk weerbarstiger is. Zo kunnen willekeurig achter elkaar geplaatste letters een bestaand woord opleveren en dus tot informatie leiden. Zij stelt dan ook voor om patroon en willekeur niet van elkaar af te bakenen, maar de concepten als complementair te beschouwen.

De volledige versie van deze tekst lees je in de pdf.