Pinokkio blijft pop. Over De hemelse kamer van Huub Beurskens

Verschenen in: De lente
Auteur: Lars Bernaerts
Huub Beurskens, De hemelse kamer, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2012.
Download deze tekst in pdf:


In het laatste deel van De hemelse kamer, de nieuwe roman van Huub Beurskens, zit het hoofdpersonage er als een slappe pop bij: hij beweegt nauwelijks, reageert niet op zijn omgeving, gesprekken dringen niet tot hem door. Zo te zien is Lino Nomellini op dat moment voorgoed verdoofd door de gebeurtenissen die voorafgegaan zijn. Nochtans begint de roman met een actieve, euforische Lino en een ontmoeting die veel voorspoed belooft. Wanneer hij als tiener met zijn klas een bezoek brengt aan de Amsterdamse dierentuin, komt hij in het reptielenhuis Inés Conde Torres tegen. De oudere Lino, die het verhaal vertelt, laat er geen twijfel over bestaan dat hun kennismaking, bij het terrarium van een rotshagedis, zijn leven verandert. Met de ‘uniseks’ rotshagedis, darevskia unisexualis, kondigt de vruchtbare versmelting van de twee seksen zich al aan. De twee worden razend verliefd en doen elkaar meteen beloftes voor de eeuwigheid. Maar onopgeloste oedipus- en elektracomplexen strooien roet in het eten, zo lijkt het. Zowel Lino’s moeder als Inés’ vader verzetten zich tegen de relatie. Uiteindelijk vertrekt het gezin van Inés onaangekondigd naar Spanje. Nomellini hoort niets meer van haar, maar blijft vanaf dat moment – de vroege jaren 1980 – op zoek naar zijn eerste geliefde.
       
Begin 2010, enkele maanden voordat Lino zijn verhaal begint te schrijven, brengt het toeval hem opnieuw in extase. Als professionele hobospeler heeft hij ondertussen zijn intrek genomen in een appartement in Parijs. Op een dag ziet hij op het internet een fotomodel dat sprekend op de jonge Inés lijkt. Hij staat perplex: ‘de betoverende, begoochelende mannequin was mijn lang geleden verloren geliefde, dat, dit, die daar was mijn Inés! Het duplicaat van hoe ik haar altijd voor me had gezien, exact zoals ze zou zijn geworden …’ (106) Voordat het toeval ontmaskerd wordt als een fictie, wordt de spanning die het veroorzaakt verder opgedreven: op de Pont Mirabeau ziet Lino het model. Haar naam is Yasmín. Zoals Lino’s gedrag en de stijl van de ik-verteller op dat punt suggereren, raakt hij zo mogelijk nog meer in de wolken dan bij de eerste ontmoeting met Inés. Ook al is het model ‘onwerkelijker […] dan de digitale verschijningen’ (146) die hij eerder had gezien, het derivaat overweldigt hem meer dan de oorspronkelijke ervaring. ‘“O, help”, roept hij uit, “Jezus, Mohammed, Jupiter, Samael, wat of wie dan ook! Wat overkwam me?”’ (118)
       
De ‘hemelse kamer’ uit de titel is even later de setting voor de eerste nacht met Yasmín. Bij de ontmoeting tussen Lino en Inés werd de hemelse kamer al aangekondigd door de terugkerende verwijzing naar Il cielo in una stanza, een Italiaans popliedje uit 1960. Maar de komst van Yasmín, de ‘imitatie’ van Inés, haalt de hemelse kamer uit de soundtrack de verhaalwereld binnen. Later ontdekt Lino dat hij het hemelse avontuur met Yasmín niet geheel toevallig beleeft. Yasmín biecht op dat ze de dochter van Inés is en legt aan Lino uit dat Inés zijn halfzus is. Bijgevolg moet hij zijn levensverhaal herzien en ook de lezer moet op zijn schreden terugkeren. De verliefde hobospeler realiseert zich dat het verleden en de werkelijkheid zich altijd voordoen als een verhaal. De vorm van dat verhaal bepaalt de inhoud en zo zorgen de onthullingen van Yasmín ervoor dat Lino ‘gedwongen [wordt] mijn eigen levensgeschiedenis te her-denken, haar opnieuw te moeten ordenen of zelfs herscheppen. Allerlei gebeurtenissen verschoven van plaats en betekenis, naar gelang het verspringen van de invalshoeken waaronder ik ze beschouwde’. (216)


 


De volledige tekst lees je in de bijgevoegde pdf.