Uitstel is afstelling. De reconstructies van Ivo Michiels

Verschenen in: Groter en wreder dan ik
Auteur: Lars Bernaerts
Ivo Michiels, Mag ik spreken? Journal Brut - een reconstructie, De Bezige Bij, Amsterdam, 2011.
Sigrid Bousset, Meer dan ik mij herinner. Gesprekken met Ivo Michiels, De Bezige Bij, Amsterdam, 2011.
Download deze tekst in pdf:


Ergens aan het begin van Mag ik spreken?, Ivo
Michiels’ recente ‘wedersamenstelling’ van de Journal brut-cyclus, staat een ik-verteller tussen haakjes stil bij zijn manier van vertellen. ‘Valt het je op’, vraagt hij aan zijn vrouwelijke lezer, ‘dat dit omstandig verhalen, wedersamenstellen is misschien juister, tevens een tactiek van opschorten is, althans daarop lijkt?’ (Mag ik spreken?, p. 33) De verteller beschouwt zijn vertelwijze als een creatieve vorm van uitstel. Dit principe van uitstel is in meerdere opzichten van toepassing op de volledige bundel Mag ik spreken?. Ik geloof dat het bovendien iets wezenlijks zegt over Michiels’ proza en dus neem ik het hier graag als uitgangspunt. Van de planning van het oeuvre tot de bouw van individuele zinnen: het uitstel is werkzaam op allerlei niveaus. De opschorting zit tussen werkelijkheid en creatie, herinnering en schriftuur, tussen het begin en het einde van een zin, tussen teken en betekenis.
      
Tegelijk met Mag ik spreken? verscheen ook Meer dan ik mij herinner. In dit boek verzamelde Sigrid Bousset de gesprekken die ze van 2006 tot 2010 met Michiels voerde. Het leven en werk van de auteur worden erin gereconstrueerd. Op een interessante manier echoot de werkwijze van de schrijver Michiels in dit interviewboek, dat namelijk ook het product van herinnering en uitstel is. Zoals Bousset in het voorwoord aangeeft, zijn de ‘gesproken memoires’ reconstructies achteraf van belevenissen uit het verleden. Heel wat gebeurtenissen die in Mag ik spreken? literair verwerkt zijn, komen tijdens de gesprekken aan bod. Michiels praat vrijuit over zijn affiniteit met het Vlaamse nationalisme als jonge kerel, over de traumatiserende ervaringen tijdens de oorlog en over zijn talrijke betekenisvolle contacten in literaire, culturele en artistieke kringen. Uit zijn manier om het verleden na te vertellen komt een beeld naar voren dat overeenstemt met dat van de typische ik-vertellers in de Journal brut-cyclus: ze combineren artistieke trots en hoopvol optimisme met een indringend schuldbesef. Wat dat laatste betreft, zijn de gesprekken voor Michiels een aanleiding om ook de schijnbaar verdoezelde periode van de laatste oorlogsjaren op te helderen. Zowel de nieuwe compilatie als de interviews zijn dus het resultaat van een uitstel dat geen afstel maar afstelling is.


Voor het volledige artikel: zie de pdf-versie.