Het wonder van de torso. Over Lichaam der Smarten van Willem Melchior

Verschenen in: Groter en wreder dan ik
Auteur: Hugo Bousset
Willem Melchior, Lichaam der Smarten, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2011.
Download deze tekst in pdf:

Weerloos vlees

Ik heb vorige zomer een merkwaardige ervaring gehad. Tweejaarlijks passeer ik mijn vakantie in een oude wijnboerderij in Vacqueyras bij Madame Régine Bruel, niet ver van Le Barroux, waar ik de oude meester Ivo Michiels bezoek, en ook niet ver van Beaumes de Venise, waar ik in de Bar Le Siècle dagelijks mijn rosé ga drinken.
       Op zondag 7 augustus heeft het de hele dag geregend, redelijk bizar in de Provence. Ik heb op mijn boven gelegen kamer het negende boek van Willem Melchior (1966) gelezen, Lichaam der Smarten. Ik wou hem allang tot mij nemen, omdat ik wist dat zijn obsessie in de titel van zijn prozadebuut vervat zit: De roeping van het vlees (1992). Nu alles virtueel lijkt, ook onze identiteit, wordt het lichaam belangrijk: kijk maar, ik droom niet, ik knijp in mijn arm en voel pijn!
       Tot mijn verwondering zit Maarten Reijser, de hoofdpersoon van de korte roman, in een gelijksoortige ruimte als ik en tracht hij dezelfde dingen te doen. Hij logeert ook op een boerderij, La Fauvette, weliswaar in een andere regio: Lot in de Midi-Pyrénées. Hij is loom van de wijn, voelt een sterke golf van geluk en zoekt een gelegenheid om te schrijven aan zijn dagboek. Hij vindt op de bovenverdieping een tafeltje met ‘sierlijk gesneden poten, een opstaande rand en een marmeren blad met een lade eronder’. Door het raam ziet hij de regen gutsen. Op het marmer na zit ook ik aan zo’n tafeltje te lezen, te noteren en te kijken naar de door de mistral aangevuurde stortbuien. In de verte hadden de Dentelles de Montmirail en de Mont Ventoux moeten opdoemen. Maar: ‘De regensluiers die hem nu bruin als zwaveldampen omstuwden, en te dicht dan dat hij nog iets met zekerheid kon onderscheiden, gaven hem de gewaarwording dat hij waadde, of ging zweven.’ Op Maartens schrijftafeltje liggen een map met briefpapier en enveloppen, een inktpot, de Groene Gidsen van de streek en de Bijbel. Op mijn tafeltje heb ik briefpapier gelegd, een potlood Gilbert n° 2, de Rode en de Groene Gids van de streek. De Bijbel is bij mij een Moleskinenotitieboekje geworden. Zoals ik beschouwt Maarten het schrijven als een geheime bezigheid, ‘die net als stelen, je aftrekken en bidden, in het verborgene verricht moest worden’.
       Maarten bestudeert zijn romp voor de spiegel. Ik heb in dit boekje de neiging om elke zin te onderstrepen wegens zijn uitzonderlijke schoonheid, zoals ik die ook had bij het lezen van Elias of het gevecht met de nachtegalen (1936) van Maurice Gilliams. Tientallen jaren heb ik voor studenten uit Elias voorgelezen en nooit heeft ook maar één zin, één gedachte me verveeld.

 

Voor het volledige artikel: zie de pdf-versie.