DW B 2011 3: De wederkerigheid van woorden. Over het converseren

Voorwoord
De wederkerigheid van woorden. Over het converseren

In een tijd van conversation avoidance devices zoals gsm, msn, BlackBerry, iPhone, e-mail, chatboxen en blogs maken Leen Huet en Els van de Perre een aflevering over de conversatie. Is er sprake van een duidelijke tegenstelling tussen de smalltalk van de elektronische communicatie en de aloude noble art of conversation? Hester IJsseling denkt van wel en gaat in op het verschil tussen gepraat en gesprek: het eerste dient om elkaar gerust te stellen, het tweede kan een gedeelde werkelijkheid doen groeien. Leen Huet en Els van de Perre houden hartstochtelijk van het beschaafde en verfijnde gesprek in kleine kring, maar verruimen die mogelijkheid in alle richtingen, en dat maakt hun aanpak juist interessant. Leen Huet zelf houdt niet alleen van de gesprekstalenten van Oscar Wilde, maar ook van het flaneren tussen blogs, een volgens haar ‘vrouwelijke’ vorm van communicatie. Samuel Vriezen voelt zich thuis in alle vormen van elektronische creatie. En dan zijn er al die andere mogelijkheden voor het taaldier mens. Koen Peeters houdt Rwandese conversaties met Witte Paters, Peter Holvoet-Hanssen speelt met de spraakverwarring tussen Frans en Nederlands, in het Hotel Du Parc in Oostende, Jan Lauwereyns en Heidi Thomson houden samen filosofische beschouwingen over de tijd, in een permanente, rusteloze confrontatie van meningen, die het Leven zelf is, Atte Jongstra heeft een ouderwets gesprek over fijne vleeswaren en -kwartieren, en Oscar van den Boogaard beoefent hét dialogische genre bij uitstek: theater. Dan zijn er conversaties met schrijvers en teksten en kunst. Paul Claes converseert schriftelijk met de door hem bewonderde Christine D’haen, Dietlinde Willockx schrijft warm over het dialogische lezen van ‘Dien avond en die rooze’ van Guido Gezelle. Anneke Brassinga tot slot legt de paradox van de conversatie bloot: in een goed gesprek gebruiken en beluisteren we ‘de ongehoorde glans van woorden die zich om ons niet bekommeren’. Door te dialogeren met de andere vergeten dat je een ik hebt: wie zou die droom niet koesteren?

In deze editie