In der Beschränkung zeigt sich die Möglichkeit. Honderd romans van Ilja Leonard Pfeijffer

Verschenen in: En/en
Auteur: Lars Bernaerts
Ilja Leonard Pfeijffer, Harde feiten. 100 romans, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2010.
Download deze tekst in pdf:


      
       ‘Het is een complex verhaal. Maar ik zal proberen het kort samen te vatten.’
              Ilja Leonard Pfeijffer, Harde feiten, p. 165

      
       ‘Het is duidelijk dat het niet de taak van de dichter is te zeggen wat is gebeurd, maar
              wat zou kunnen gebeuren en wat mogelijk is volgens de wetten van de
              waarschijnlijkheid of noodzakelijkheid.’
              Aristoteles, in: Ilja Leonard Pfeijffer, Het geheim van het vermoorde geneuzel, p. 43

Wie Ilja Leonard Pfeijffer ernstig neemt, komt bedrogen uit. Zijn vertellers zijn nooit eenduidig of recht door zee. In zijn proza krioelt het van de onbetrouwbare figuren – en dan bedoel ik zowel personages als retorische figuren. We hoeven maar te denken aan de immorele verteller die zijn verdediging voert in Rupert. Een bekentenis (2002) of de leugenachtige, manipulatieve psychiater in Het grote baggerboek (2004). Ook op stilistisch vlak zit Pfeijffers werk vol gevaarlijke bochten, dubbele bodems, dwaalsporen en valkuilen. Een sonnettenkrans kan er vermomd zijn als een scheldtirade. Het ware leven kan er zich als een roman voordoen. En vice versa.
       Harde feiten. 100 romans (2010) is in dat opzicht niet anders. Ook hier zijn onbetrouwbaarheid, dubbelzinnigheid en ironie de regel. Maar al is er op het eerste gezicht geen sprake van ernst in dit boek, ik wil graag weten wat er gebeurt als we de titel en Pfeijffers project au sérieux nemen. Op het achterplat lezen we dat het gaat om ‘een geheim project, dat is geboren uit een strenge formele beperking’: elke roman mocht ten hoogste uit vijfhonderd woorden bestaan. Het boek is een verzameling van honderd stukjes proza die in de wereld van Pfeijffer romans genoemd kunnen worden. Maar wat is een roman als lengte geen criterium is? Wat maakt een roman dan tot een roman?
       Bovendien zouden deze romans, zoals de titel suggereert, te begrijpen zijn als ‘harde feiten’. Elke roman is een hard feit, zoals Pfeijffers vorige roman het ware leven was. In zekere zin is Harde feiten een radicalisering van de veelheid en fragmentering van vertelstemmen die we in Het ware leven, een roman (2006) vonden. Daarin werden nog enkele verhaallijnen uitgewerkt over de hoofdstukken heen, die kaderen in een geheel dat duidelijk thematisch samenhangt. In de oxymorons van beide titels is de roman ook al nadrukkelijk aanwezig. Wat voor parodiërend beeld hangt Pfeijffer dan op van de roman als hard feit of als waar leven? Is het niet ironisch dat de roman, het genre waarin alles kan, zo’n beperking opgelegd krijgt, of is die beperking slechts schijn? Hoe spelen Pfeijffer en enkele verwante schrijvers als Thomas Bernhard en Giorgio Manganelli met de grens tussen het kortste en het langste proza, tussen feit en fictie?

Beperking als visie
Wie een tuintje heeft, hoeft daarom nog niet te harken en te wieden. Je kan je lap grond ook wild laten begroeien, zonder dat de wildgroei het perk te buiten gaat. Of nog beter: je richt je tuintje zo chaotisch in dat het wild lijkt, je laat het onkruid woekeren. Wat ontstaat, is tegelijk onherbergzaam en sterk beregeld. Zo perkt Pfeijffer ook de roman in door elke lap tekst zorgvuldig chaotisch aan te leggen. Binnen de beperking lijkt alles, misschien zelfs meer dan voorheen, mogelijk te zijn. In der Beschränkung zeigt sich der Meister. Zowel het genre (de microroman) als het aantal (honderd) wijst erop dat de auteur zich niet laat leiden door een thematische of psychologische samenhang, maar wel door een formele beperking. Binnen die contouren zien we hoe de roman ‘het mogelijke’ cultiveert.


Voor de volledige tekst: download de pdf.