De historische roman als heldenverslag. Het meesterschap van de mens volgens Atte Jongstra

Verschenen in: Finisterre
Auteur: Bart Vervaeck
Atte Jongstra, De heldeninspecteur, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2010.
Download deze tekst in pdf:

Drie jaar geleden verscheen de eerste historische roman van Atte Jongstra: De avonturen van Henry II Fix. De welgestelde en lichtjes wereldvreemde titelfiguur van dat boek gaf Jongstra de kans om de overgang van de verlichting naar de romantiek te belichten op een even lichtvoetige als intelligente manier. Zijn nieuwe roman, De heldeninspecteur, lijkt nog wat lichtvoetiger, al staat de oorlog centraal en zitten we nu midden in de romantiek. De hoofdfiguur heet dit keer Junius. Hij is een typische Jongstrafiguur, iemand met een onduidelijke identiteit, een grote dosis nieuwsgierigheid en een nog grotere plooibaarheid. ‘Junius leek iedereen te kunnen zijn’, staat in een van de voetnoten. ‘Of hij was niemand, dat kon ook.’ Deze jongeman lijkt tussen de plooien van de geschiedenis te vallen, maar zijn verlangen om – als een verlate Spectator – verslag te doen van zijn eigen tijd, brengt hem in contact met de Nederlandse prins Frederik, die met zijn broer Willem probeert de Belgische onafhankelijkheidsstrijd in de kiem te smoren. Junius wil niet zomaar verslag uitbrengen van wat hij ziet. Hij wil idealiseren: in zijn historische documenten worden mensen helden en gebeurtenissen drama’s. Zelfs de dadeloze Frederik wordt in zijn verslag een heldhaftige strijder. Dat zet Frederik ertoe aan Junius te benoemen tot kapitein en heldeninspecteur. Junius moet aan het front gaan zoeken naar heroïsche verdedigers van het vaderland; hij moet hun namen noteren en een gepaste beloning voorstellen.
       Met zijn idealisering sluit Junius perfect aan bij de literatuur van zijn tijd, die de lezer immers een ideaalbeeld wou voorhouden als les en instructie. Vooral het lievelingsgenre van de romantiek, de historische roman, perfectioneerde die functie van de literatuur. Zoals Lotte Jensen in haar fraaie studie De verheerlijking van het verleden liet zien, leverde de historische roman een heroïsch, bijna mythisch verleden dat als fundering moest dienen voor de naties die zich in die tijd begonnen te vormen. Ieder land creëerde zijn eigen helden als grondleggers van de huidige staat.
       Het werk van Junius is een nauwelijks verhulde metafoor voor deze vorm van schrijverschap. De heldeninspecteur is een ander woord voor de idealiserende schrijver. Hij maakt van sterfelijke mensen onsterfelijke grootheden. Van Speijk, een prototypische held, zegt hem: ‘Chassé en alle andere hoofdofficieren zijn de mannen van nu. Pas als u ze hebt geïnspecteerd, zijn het mannen van straks. Voor de eeuwigheid.’ Daarom noemt Van Speijk de inspecteur ‘een der machtigste mannen van ’s konings strijdkrachten’. Wanneer Van Speijk gaat sterven bedankt hij God en Junius: ‘Het is zover! Gij zult het boekstaven!’
       De heldeninspecteur
is weliswaar in de eerste plaats een avonturenroman die op elke bladzijde nieuwe gebeurtenissen opdist, maar het boek is ook een bespiegeling over dat genre en meer bepaald over de idealisering die ermee samenhangt. Het is geen toeval dat Junius zoveel leest en dat hij de eerste historische romans in Nederland – geschreven door Adriaan Loosjes – bekritiseert omdat ze ‘een man zonder ruggengraat’ als held opvoeren, een man zoals hij. Wie dat wil, kan de roman lezen als een virtuoze aaneenschakeling van spannende avonturen, maar het boek is veel meer. Ik wil het in wat volgt een beetje tegendraads lezen als een bespiegeling over heldhaftigheid in en buiten de wereld van de letteren.


Voor de volledige tekst: download de pdf.