Een stem die door al je spiegels breekt. Het verscheurde oeuvre van Simon Vinkenoog

Verschenen in: Terra recognita
Auteur: Gaston Franssen
Simon Vinkenoog, Vinkenoog Verzameld, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2008.
Download deze tekst in pdf:


Naaktportretten van dichters hebben vaak iets paradoxaals: ze zijn zowel onthullend als verhullend. Die eigenschap is inherent aan naaktportretten van literaire figuren, omdat ze twee beelden over elkaar heen schuiven: de contouren van een mens (het beeld van een lichaam) en het imago van een schrijver (het beeld van een oeuvre). Zo’n portret toont de dichter zonder enige opsmuk, in al zijn kwetsbaarheid, maar bekleedt hem
tegelijkertijd met symboliek. Neem bijvoorbeeld de naaktfoto van de dikbuikige, ontwapenende, maar ook overduidelijk poserende Ilja Leonard Pfeijffer op het omslag van zijn verzamelbundel De man van vele manieren (2008). Of de aemulatio van datzelfde portret door de verontwaardigde en mismoedige, maar tegelijk wel heel zelfvoldaan en potent ogende Olaf Risee in het eerste nummer van Kluger Hans (maart 2009). Of kijk eens naar de beroemde foto van de poedelnaakte Allen Ginsberg, die uitdagend in de camera kijkt, vrolijk zwaaiend naar elke willekeurige toeschouwer, terwijl er een klein bordje aan zijn penis hangt, met daarop de tekst ‘Please do not disturb’.
       Wel heel sprekend is het naaktportret van Simon Vinkenoog (1928-2009), gemaakt door Aat Veldhoen. Ik zag het onlangs in het Amsterdams Historisch Museum, waar het – samen met Veldhoens naaktportret van provoinspirator Robert Jasper Grootveld – ter gelegenheid van de tentoonstelling the Sixties NOW te bewonderen was. Het is een portret van een even brutale als verlegen Vinkenoog. De oude dichter zit op een stoel die bekleed is met een rozerode doek, tegen een felgroene achtergrond met varens en paarse bloemen. Hij zit wat ingezakt, uitbuikend, één hand op zijn knie, in de andere hand een sigaret. Het volledig ontbreken van lichaamshaar geeft de tachtigjarige dichter iets jongensachtigs. Je kunt je nog goed voorstellen dat Edith Ringnalda, zijn laatste echtgenote, toen ze hem ontmoette in 1987, geraakt werd door ‘de zeventienjarige jongensblik in zijn ogen’. Maar wat mij vooral trof in zijn blik, is dat die iets verscheurds had. Eén oog kijkt je recht aan, maar het andere staart links omhoog, de ruimte in. Het is de visionaire oogopslag van de mysticus, die zichzelf verliest in de extase.
       Een vergelijkbare gespletenheid typeert de reputatie van de dichter. Enerzijds is er een Vinkenoog die bekendstaat als de onvermoeibare lobbyist van het alternatieve circuit. ‘Ik pousseer iedereen’, zei Vinkenoog zelf aan het begin van zijn carrière – en dat imago heeft hij nog steeds. Zijn vrienden en bekenden noemen hem ‘ieders kameraad’ (literair journalist Wim Zaal), de ‘perfecte networker, iemand die ideeën doorgeeft en mensen met elkaar in contact brengt’ (esoterisch ondernemer Luc Sala), of de ‘veldwerker in de goten van de cultuur’ (provochroniqueur Hans Plomp). ‘De absolute verdienste van Vinkenoog’, merkte cultureel organisator Benn Posset eens op, ‘is dat hij de poëzie weer populair heeft gemaakt, met zijn enthousiasme, zonder maar een moment moeilijk te doen over geld.’ Veelzeggend is ook dat Vinkenoog vaak wordt omschreven met behulp van termen als ‘apostel’, ‘profeet’, ‘discipel’. Zulke woorden roepen het beeld op van een dichter die zichzelf wegcijfert en liever de aandacht op anderen vestigt, of dat nu zijn collega-Vijftigers zijn, aanhangers van het spiritualisme in de jaren 1960 en ’70, of – nog later – de door het literaire establishment gemarginaliseerde performancedichters.
       Anderzijds is er evengoed een Vinkenoog die maar al te graag op de voorgrond treedt. Collega-dichter Louis Lehmann stelt in zijn bespreking van Spiegelschrift (gebruikslyriek) (1962) vast dat Vinkenoog iets ‘narcistisch’ had. Ook interviewster Annejet van der Zijl wordt getroffen door ‘zijn niet geringe ijdelheid’. Vinkenoog noemde zichzelf graag ‘autodidact’ of ‘homo universalis’ en liet zich erop voorstaan dat hij de allereerste was om te schrijven over drugsexperimenten, hippies en counterculture toen die woorden nog nauwelijks bekend waren bij een groter publiek. Illustratief in dat verband is de anekdote die schrijver Ton van Reen oprakelt in een interview uit 1987:

       Onlangs hadden we een lezing in Roermond, daar waren vier auteurs: [Boudewijn] Büch,
       Hugo Raes, Vinkenoog en ikzelf. We lazen om de beurt. Vinkenoog het eerst en toen hij klaar
       was, ging hij aan de deur van de schouwburg staan en probeerde het publiek naar buiten te
       lokken en naar zijn happening toe te krijgen. […] Hij ging vanaf het podium gewoon door, hij
       hield zich niet aan het programma. Hij verstoorde het – en dat vond hij heel gewoon. Het gaat
       dan alleen om Vinkenoog.

Zó altruïstisch was de ‘liefdesapostel’ blijkbaar ook weer niet. En dat hij nooit moeilijk deed over geld, is eveneens maar de helft van het verhaal – want Van Reen, destijds actief als uitgever, herinnert zich voorts dat Vinkenoog het ‘altijd over geld [had], daar word je als uitgever echt down van’. Zulke observaties schetsen de contouren van een heel andere Vinkenoog: een dichter die weigert plaats te maken en aandacht voor zichzelf vraagt. (Er is bij mijn weten geen enkele Nederlandse dichter die vaker zijn eigen naam noemt in zijn gedichten dan Vinkenoog.) Het imago van Vinkenoog is dus net zo schizofreen: het beeld van de onbaatzuchtige dichter, die alleen maar oog heeft voor het succes van anderen, staat op gespannen voet met dat van de egoïstische dichter, die je dwingt hem recht aan te kijken.
       Die tegenstrijdige trekken van Vinkenoog zijn wel eerder opgemerkt, maar er zijn maar weinigen geweest die zich hebben afgevraagd of die verscheurdheid ook terug te vinden zou zijn in zijn dichterlijke oeuvre. De recente publicatie van Vinkenoog Verzameld, een meer dan vuistdikke verzameling van zijn poëzie, is daarom een uitkomst. Met Vinkenoog Verzameld
kan eindelijk de balans van zijn oeuvre worden opgemaakt. Hoe heeft het dichterschap van Vinkenoog zich ontwikkeld? En wat was het conflict dat zijn leven en werk zo verscheurde?


Voor de volledige tekst: download de pdf.