Doublethink. Over Jeroen Olyslaegers en Juli Zeh

Verschenen in: Belladonna
Auteur: Hugo Bousset
Jeroen Olyslaegers, Wij, Meulenhoff | Manteau, Antwerpen/Amsterdam, 2009.
Juli Zeh, Vrije val, Anthos, Amsterdam, 2008.
Download deze tekst in pdf:

Ik snakte ernaar om na tien jaar een nieuwe roman van Jeroen Olyslaegers te lezen: Wij (2009). In een dankwoord signaleert de auteur dat hij in 2008 writer in residence was van DW B, waarin hij tegen scherpe deadlines vijf hoofdstukken schreef. In dezelfde periode kreeg ik van een vriendin de ordonnantie om onverwijld Juli Zeh te lezen. Ik koos voor Vrije val. In die roman laat Zeh twee kwantumfysici met elkaar van mening verschillen. Waarover? Praat een van hen wartaal? Hoe toets je zo’n roman? Toch niet met te zeggen dat het allemaal maar fictie is, zoals een aantal critici doet. Zeh alludeert op onder anderen Stephen Hawking. Ik neem zijn meest toegankelijke boek, Een korte geschiedenis van de tijd (A Briefer History of Time, 2005). En die cluster van drie boeken heb ik in de zomer van 2009, met een vochtige handdoek in de hals wegens de hitte in mijn glazen werkruimte, tot mij genomen. En lezend heb ik verbanden gezien, meer nog: gelegd, soms twijfelend of ik ze zag, en of ze er waren. Doublethink speelt een rol bij Juli Zeh en verwijst natuurlijk naar de roman Nineteen Eighty-Four (1949) van George Orwell. Volgens Orwell is doublethink ‘the power of holding two contradictory beliefs in one’s mind simultaneously, and accepting both of them… To tell deliberate lies while genuinely believing in them’. Ik vraag me bij het schrijven van dit stuk vaak af of ik niet aan doublethink lijd.
       Jeroen Olyslaegers en Juli Zeh brengen elk een sociale klasse of beroepsgroep in kaart, die ze deels kritisch ontmantelen, de eerste de Vlaams-nationalisten, de tweede de wetenschappers. Georges, de ik-verteller van het eerste deel van Olyslaegers’ roman, observeert een groep Vlamingen met vakantie op een berg aan de Spaanse Costa Brava tijdens de bloedhete zomer van 1976, maar zit allicht tegelijk mee in het bad. En ook de auteur kent de trauma’s van het Vlaams-nationalisme: zijn grootvader was collaborateur. Juli Zeh en haar sporadisch interveniërende alwetende verteller houden meer afstand. Over een van de twee geleerden zegt ze: ‘Vanuit het standpunt van de mieren bezien moet Sebastians gedoe even surreëel lijken als de bewegingen van de sterren vanuit het standpunt van de mensen.’
       De zieke kiemen in de gezelschappen van Olyslaegers en Zeh leiden naar verknoopte verhalen met de spanning van een thriller. Bij Olyslaegers blijft alles ondergronds ─ ‘een mijnenveld’ ─: de brallerige, machistische, vechtende, neukende en zuipende Vlaamse families gaan allerlei seksuele relaties met elkaar aan, af en toe op de wijze van Hugo Claus oedipaal gekruid, met een (onduidelijke) verkrachting erbij, maar veel blijft verborgen: ze zitten op een vulkaan, en de lezer wacht in grote spanning een ramp af. Die blijft in de eerste twee lange delen van de roman sluimeren, ondanks een brandstichting. Bij Zeh is er radicaal sprake van de ontvoering van Sebastians zoontje Liam en de eis van de ontvoerders dat Sebastian een moord pleegt om Liam te redden. Die moord is echter een uit de hand gelopen wetenschappelijk experiment om Sebastian een lesje te leren. Want wat is waar? Olyslaegers en Zeh maken gebruik van vele focalisators, die met hun veelvoudige perspectieven de lezer laten verdwalen in diverse theorieën, vanuit de wetenschap dat de waarnemer het waargenomene beïnvloedt. In het tweede deel van zijn gelijknamige roman, ‘Wij’, gebruikt Olyslaegers telkens de naam van een personage als titel: door de ogen van dat personage kijken wij dan mee naar de gebeurtenissen. Doublethink.
       De vraag rijst of er een uitweg, een ‘genezing’ is, voor wie ook. Zeh: ‘Wat eergisteren nog een zware chaotische last van onopgeloste vragen leek, is nu veranderd in een overzichtelijke partituur’. En Olyslaegers heeft naar eigen zeggen (in De Morgen, 22 april 2009) ‘een helend boek’ willen schrijven. Het verschroeiende vuur van 1976 heeft een regenererende kracht, althans zo lijkt het.


Voor de volledige tekst: download de pdf.