Hoe een rekrutenkorps essayisten zich popelend stukloopt

Astrid Lampe, Park Slope/K'NEX studies, Querido, Amsterdam, 2008.
Download deze tekst in pdf:

Beste Willem,

Astrid Lampe is de dichteres van het onaffe, het kapotte, het discontinue. Haar poëzie viert de misstap, het stokken in de keel. Niet voor niets zet ze sinds haar vorige bundel Spuit je ralkleur (2005) zo vaak puntjes vóór woorden, die het gedicht het effect geven van een scène die in stroboscopisch licht bekeken wordt. In haar nieuwe bundel Park Slope. K’NEX studies ‘schrijf ik de wereld / .schok .ken .der’ (Park Slope, p. 48). Wil Lampe ons bewust maken van de verraderlijke manier waarop onze chaotische wereld continu gemaakt wordt? In Park Slope schrijft ze over de ‘rustieke bruggetjes’ die ons wegleiden van de ‘NO….. GO …AREAS’ (51). Alles wat gevaarlijk zou kunnen zijn wordt weggepoetst, alles wat ons ten val zou kunnen brengen onschadelijk gemaakt. We worden omringd door een voortdurende informatiestroom, gesymboliseerd door de ‘lopende tekstbalk’ (64) van CNN, die onze wereld overzichtelijk houdt en de continuïteit bewaakt.

Lampe wil die wereld anders schrijven; dat betekent dat ze, via een deconstructie van de poëzie, meteen ook een verandering van de wereld voorstaat. Erik Jan Harmens voelde die grootse ambities goed aan toen hij in een gesprek met Lampe over Park Slope in het VPRO-radioprogramma De Avonden (16 september 2008) de titel uitsprak zoals een Nederlander dat doet, met ingeslikte slot-n. Lampe had met de titel naar een park in Brooklyn, New York willen verwijzen, maar stemde in met de uitspraak ‘Park Slope(n)’. Waarom ook niet? Anargisties aandoende spelling zien we bij Lampe wel vaker. We kunnen de bundel lezen als een tekst waarin met veel hamergezwaai en gebal van spieren een park wordt afgebroken. Zo gaan titel en ondertitel op een prettige manier wringen. Park Slope: daar wordt iets kapotgemaakt; K’NEX studies: daar wordt met gekleurde staafjes iets opgebouwd.

De opbouwende toon van de ondertitel mag dan meespelen, voor mij blijft het destructieve toch het belangrijkste register van Park Slope. Zoals gezegd richt Lampe haar sloophamer in de eerste plaats op dat wat wij (maar wie zijn ‘wij’?) gewend zijn als poëzie te beschouwen. De opmaak is ongebruikelijk: neem de rare grote regelafstand die maakt dat er steeds valse lucht door de regels giert en dat het soms onduidelijk is of er een nieuwe strofe begint. Het ene gedicht is niet van het vorige te onderscheiden. Van ‘poëtische’ taal lijkt Lampe zich al helemaal verre te houden.

       En toch: zo wild, oorspronkelijk en fragmentarisch als de bundel zich eerst voordoet, zo helder is hij wanneer de teksten in detail bekeken worden. Neem het gedicht (de afdeling? de serie gedichten? het fragment?) ‘ALICE’S DATE / BLOGGER IN WONDERLAND (een beetje prof houdt er tegenwoordig al een weblog op na)’ waarin de literaire kritiek er flink van langs krijgt. Hierin wordt een fantasievolle omgang met literatuur tegenover een fantasieloze gesteld. De criticus heeft ‘de juiste skills… let wel… het uitgelezen setje tools’ (44), waarmee hij de gedichten keurig weet te interpreteren, iedere zin op het juiste plekje, alsof hij een doosje K’NEX in elkaar zet volgens de handleiding. Maar heeft hij het vermogen zijn ratio achter zich te laten? Het lezen van een gedicht zou als een afdaling in Wonderland moeten zijn, zo maakt Lampe ons met een opzichtige verwijzing naar Alice in Wonderland duidelijk:

       down
       down
       down

       do cats eat bats?

       wat ú hooggelaarsde professoren die zo stiekempjes over mijn schouder
       meelezen al rappend (er zijn cursussen voor) de poëzie (zat cursussen) zo
       spiekend (het kunstje afkijkend) de meest pure poëzie, die ongenaakbaar
      
is, nog OP DE STAART WILLEN (42)

Lampe verpakt haar poëtica van de ongenaakbare poëzie in verzen die allerminst ongenaakbaar zijn. Naar mijn gevoel werden die ideeën overtuigender uitgevoerd in Spuit je ralkleur. Daarin stond niet de provocatieve poëtica centraal, maar de rauwe en soms volstrekt oorspronkelijke poëtische praktijk.


Voor de volledige tekst: download de pdf.