'Mensen hebben meer dan één binnenkant'. De kannibaal en de moraal in Bart Koubaas De leraar

Auteur: Marc van Zoggel
Bart Koubaa, De leraar, Querido, Amsterdam, 2009.
Download deze tekst in pdf:

Met De leraar drukt Bart Koubaa zijn neus nadrukkelijk aan het venster van de actualiteit. Bovendien is hij is niet te beroerd dat raam flink in zijn sponningen te laten trillen. Met een oeuvre dat meer en meer de experimentele kant op ging, mag zijn huidige engagement wel enigszins verrassend worden genoemd. Koubaa debuteerde in 2000 met Vuur, een sympathieke roman over een zigeunerfamilie. In 2005 verscheen opvolger Lucht, een sprookjesachtige Japannovelle. Hoe de titels van Koubaas volgende twee boeken zouden luiden, leek vervolgens een kwestie van invullen. Na Lucht kwam echter Het gebied van Nevski (2007). In dat boek was een man aan het woord die moeite had zich coherent uit te drukken, als gevolg van een hersenaandoening die hij kreeg nadat hij door het ijs was gezakt. Het element water speelde zo toch een belangrijke rol in dit taalexperiment. In De leraar zit het woord ‘aarde’ verborgen, wat misschien de op het eerste gezicht wat zouteloze titel verklaart. Het element is in ieder geval expliciet aanwezig in het motto dat voorafgaat aan de daadwerkelijke tekst. Het betreft een kort verhaal van Franz Kafka, getiteld ‘De bomen’: ‘Want wij zijn als boomstammen in de sneeuw. Schijnbaar staan zij er maar bovenop en met een licht duwtje moest je ze eigenlijk weg kunnen schuiven. Nee dat kan je niet, want ze zijn vast met de aarde verbonden. Maar kijk, zelfs dat is slechts schijnbaar.’ De lezer is gewaarschuwd: in deze roman is niets wat het aanvankelijk lijkt.

Tussen hypocrisie en empathie
Hoofdpersoon en verteller in De leraar is De Kraai, een vierenvijftigjarige docent Nederlands op een beroepsschool voor automechanica, lassen, elektriciteit en houtbewerking. Zijn bijnaam heeft hij wellicht gekregen vanwege zijn zwartglanzende haar (9). De Kraai vertoont alle kenmerken van een afgeleefde, van zijn opvoedkundige idealen beroofde leraar. ‘Iedere leerling die me overtreft is een overwinning’ (56), met die gedachte was hij als jonge, bevlogen hemelbestormer het onderwijs ingegaan. Maar de dromen zijn vervlogen met de jaren. Daar zijn hoofdzakelijk twee redenen voor: de teloorgang van het onderwijssysteem en de ‘nieuwe mondigheid’ van de, veelal allochtone, jeugd. Het onderwijs is verkocht aan de commercie en een instrument in de jacht op overheidssubsidies geworden. De directie stuurt niet gauw een leerling van school, ‘omdat leerlingenaantallen voor een school even belangrijk zijn als kijkcijfers voor een televisiezender’ (16). De 120 hoofdstukken die De leraar telt, verwijzen naar Markies de Sades 120 dagen van Sodom. De ondertitel van dat werk is ‘De school der losbandigheid’, wat weer een treffende typering is voor de school waarop De Kraai werkzaam is. Geweld en afpersing regeren het schoolplein en de drugshandel tiert er welig. De leerlingen verdienen meer geld dan de leraren en rijden in grotere auto’s. Ze spreken en schrijven nochtans gebrekkig Nederlands en kunnen nauwelijks lezen (15). Wanneer De Kraai een opdracht heeft bedacht waarin twintig spreekwoorden en gezegden in tweeën zijn gehakt en waarbij zijn leerlingen de beide helften moeten verbinden, heeft een van hen aan het eind van de les slechts één lijntje getrokken: ‘Oost, West, tikt het nergens.’ (96) ‘Zonder twijfel het beste wat ik in jaren gelezen heb’, is het cynische commentaar van De Kraai.


Voor de volledige tekst: download de pdf.