Ostracisme in Hollywood

Auteur: Joris Gerits
A.F.Th. van der Heijden, Kruis en kraai. De romankunst na James Joyce, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2008.
A.F.Th. van der Heijden, Het schervengericht, Querido, Amsterdam, 2007.

In ‘Brief aan Beatrix en 22 andere opstellen over de roman en de romanbeschouwing’ stelt Jacq Vogelaar dat onder een klassieke roman globaal wordt verstaan: ‘een doorgecomponeerde roman waarin alles met alles samenhangt’.
      
Hij verwijst daarbij naar het een halve eeuw oude essay ‘Experimentele romans’ van Willem Frederik Hermans, die daarin betoogde dat volgens de canon klassieke romans, zoals Max Havelaar, eigenlijk experimentele romans zijn. In Kruis en kraai van A.F.Th. van der Heijden, het eerste boek in een reeks ‘Over de roman’ citeert de auteur een van Hermans’ meest aangehaalde uitspraken uit dat essay. Klassiek noemt Hermans:

      
een roman waarin het thema volledig is verwerkt in een verhaal, 
       waarin een idee wordt uitgedrukt door middel van handelingen, 
       waarin de optredende personages desnoods eerder personificaties 
       zijn dan psychologische portretten. Een roman waarin alles wat 
       gebeurt en alles wat beschreven wordt, doelgericht is; waarin bij 
       wijze van spreken geen mus van het dak valt, zonder dat het een 
       gevolg heeft en waarin dit alles geen gevolg mag hebben, wanneer 
       het de bedoeling van de auteur geweest is, te betogen dat het in zijn 
       wereld geen gevolg heeft als er mussen van daken vallen. Maar 
       alleen dan. (Kruis en Kraai, p. 98)


In tegenstelling tot Hermans, die principieel de onkenbaarheid van de ene mens voor de andere huldigt en het daarom niet bezwaarlijk vindt ‘desnoods’ psychologisch ronde karakters te reduceren tot personificaties, wil Van der Heijden onderzoeken ‘hoe personages de personificatie van een bepaald psychologisch type kunnen zijn, zonder dat het boek tot een psychologische roman verwordt’ (101).

Van der Heijden begint zijn in briefvorm verpakte beschouwingen over de roman in Kruis en kraai met een eigen definitie van de roman, die een zodanig uitgebreide en opgeklopte versie van de definitie uit Van Dale blijkt dat elk ‘verhaal’ eraan beantwoordt.
      
Daarna houdt Van der Heijden een pleidooi voor de roman van grote omvang waarin niet zuinig met de taal wordt omgesprongen. Hij fulmineert met verve tegen de Nederlandse ‘economocratie’ met haar cliché van ‘economisch schrijven’ en de verheffing van woordkarigheid tot stilistisch ideaal.
      
‘Een grote roman heeft, mits goed gecomponeerd, in vergelijking met een kleine een ander soort compactheid, die hem in de bouwstenen zit’, betoogt hij (17). Een dergelijke, in letterlijke zin grote roman is Het schervengericht (2007), goed voor de AKO Literatuurprijs 2007 en de Inktaap 2009.


Voor de volledige tekst: download de pdf.