Het schrikbewind van inkt: de grenzen van het humanisme in Stefan Hertmans’ Het verborgen weefsel

Auteur: Bas Groes
Stefan Hertmans, Het verborgen weefsel, De Bezige Bij, Amsterdam, 2008.
Download deze tekst in pdf:


 


 



Het verborgen weefsel van Stefan Hertmans (1951) is een subtiele en onveilige roman die de lezer onderdompelt in de existentiële crisis van een middelbare intellectueel, de schrijfster Jelina, die van zichzelf en de wereld is vervreemd. Het is een subtiele roman omdat Hertmans een intense beleving van het menselijke bewustzijn en een complex spectrum aan emoties weergeeft, die door de doorsneelezer zouden kunnen worden afgedaan als het nodeloos zwaarwichtige navelstaren van een verwende, bourgeois schrijfster. Haar gedachten klinken vaak melodramatisch: ‘Het gat in haar ziel wordt groter.’ (143) Het is ook een onveilige roman omdat Hertmans formalistische risico’s neemt: hij legt zich als in een modernistisch experiment strenge representatieve grenzen en regels op. Bovendien is de protagonist een onsympathiek karakter: haar ‘eenzame hardheid’ (155) en immoraliteit roepen weinig empathie op bij de lezer. Daar komt nog bij dat Hertmans als man van achter in de vijftig het bestaan van een vrouw van veertig beschrijft – wat om problemen vragen is.
      
Die problematiek maakt het boek kwetsbaar en riskant. Toch slaagt Hertmans erin de intelligente lezer die zijn roman vereist te fascineren met zijn poëtische beschrijvingen. (Jelina heeft het over ‘het fijne trillen van de seismograaf in mij’ (99).) Net als in zijn vorige werk zijn het vooral de ideeën en de diepzinnigheid waarmee ze worden overdacht die plezieren en overtuigen. Zo heeft Hertmans het over de problemen die een volledige overgave aan het schrijverschap met zich meebrengt, of over de dialectiek tussen begeerte en schuld en het dubbelleven van ontrouw, over de problemen van de ervaring van het zelf in relatie tot de taal, over de valstrikken van hoop en verlangen, de vervreemding van de natuur, over de onmacht tegenover de wereld en de allesverslindende tijd. Hertmans vermengt ook op een spannende manier de kritiek met het kunstzinnige: hij weet literatuur te gebruiken als een manier van denken zonder in abstracte filosofie te verzanden.
      
Ook inhoudelijk is Het verborgen weefsel interessant. Op het eerste gezicht lijken de gefragmenteerde vorm en het gebrek aan verhaal de roman te beperken. Alleen Jelina’s private wereld wordt onderzocht. De lezer lijkt te worden afgesneden van de sociaal-politieke dimensie van de publieke ruimte. Het lijkt of deze roman zich onttrekt aan de duistere en onzekere staat en toekomst van de wereld aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Hertmans’ weergave van Jelina’s persoonlijke depressie is echter niet een crisis van het solipsisme, maar juist een diagnose van een grotere, publieke crisis. Die confronteert ons enerzijds met de discrepantie tussen de fantasieën over onszelf en de werkelijkheid en die werkelijkheid zelf, en anderzijds met de grenzen van een traditioneel humanistisch denken waarvan de paradigma’s niet langer toereikend zijn om de huidige epistemologische vraagstukken adequaat te beantwoorden.


Voor de volledige tekst: download de pdf.