DW B 2009 2: Dead men walking

Voorwoord
Dead men walking

Het is sinds jaar en dag een traditie in de literatuurgeschiedenis: critici lusten elkaar rauw. Om de haverklap gaan zij zich en masse te buiten aan vader- of broedermoordpartijen: zo hoort het niet, zo kan het niet langer, het is en blijft bedroevend gesteld met de kritiek tenzij wij zonder dralen en genadeloos ingrijpen. Gail Pool begint haar vorig jaar verschenen Faint Praise met een kleine bloemlezing uit anderhalve eeuw klaagzangen over het niveau van de literatuurkritiek. In The Death of the Critic analyseert McDonald de bedroevende positie van de klassieke criticus in de jongste decennia: hij werd vervangen door een horde nieuwgedienden. Maar hoe zien die eruit? En is de oude criticus inderdaad al dood, en is hij in heel Europa even dood? En als hij al gesneuveld is, wanneer is dat dan gebeurd en op welk veld van eer of oneer? En wie heeft die moord op zijn geweten? Is hij niet altijd even dood of even levend of even undead geweest? Dit nummer beoogt niet de zoveelste parade van self exposure te bieden met critici die het eigenbelang of andermans onbelang nastreven, maar wil het literair-kritische bedrijf vanuit een metapositie in ogenschouw nemen.

 

In deze editie