Gedicht een handenwringen - schuldig schrijven

Verschenen in: Diclit. Van Nero tot Mao
Charles Ducal, In inkt gewassen, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2006.
Download deze tekst in pdf:

Als je het openingsgedicht van het debuut van Charles Ducal leest, schiet je onmiddellijk het slotgedicht te binnen van zijn laatste bundel In inkt gewassen. Allebei bevatten ze een krant. Zo dringt zich de mogelijkheid van een vergelijking op tussen Het huwelijk uit 1987 en de negentien jaar later gepubliceerde vijfde bundel.
       In een bepaald opzicht schrijft Ducal anekdotische poëzie. De eerste coördinaten voor de verkenning van zijn werk zijn daarom relatief makkelijk te zetten. Je kunt dat doen door een algemeen verbod te overtreden en het gedicht na te vertellen. Ik doe dat in potlood, zodat ik de rest van mijn tekening van de veranderingen en constanten in het werk van Ducal eroverheen kan uitwerken.
       De proloog van Het huwelijk draagt de titel ‘Ochtendritueel’. De verteller is iemand die onrustig slaapt en nogal moeilijk uit zijn bed raakt. Als hij van de trap is afgedaald, wast hij zich onder de kraan. Hij ontbijt met brood en jam. Bij het ontbijt leest hij het ochtendblad. Op die wijze komt hij langzaam tot zichzelf in zijn vreedzame dagelijkse leven. Alleen het nakraken van de trap herinnert hem nog aan de zware nacht. De titel van het gedicht geeft aan dat de moeilijke slaper elke ochtend op dezelfde manier tot leven komt. Het lezen van de krant speelt daarbij een cruciale rol.
       Het slotgedicht van In inkt gewassen is eigenlijk geen anekdote. Het is een definitie. Toch krijgt die in de loop van het gedicht de vorm van een kleine anekdote. Er wordt een klein voorval verhaald, dat gebeurt of dient te gebeuren. Ducal definieert daarmee het tegendeel van een ritueel, dat de eeuwige herhaling van dezelfde handeling is. Hij definieert de term ‘revolutie’, die discontinuïteit aanduidt.
       De term ‘revolutie’ is in de vorige eeuw van onze tijd volledig in diskrediet gebracht. Tegen de tijdgeest in wil Ducal er toch aan vasthouden. Hij geeft hem nu een inhoud die anders is dan die waaraan de gemiddelde burger spontaan denkt als hij over revolutie hoort spreken. Daarom staat de eerste strofe in het teken van de negatie. Alvorens tot een positieve omschrijving van ‘revolutie’ te komen middels de anekdote van een kleine verstoring van de dagelijkse orde, moet het door de geschiedenis ontstane beeld worden benoemd en afgewezen. Ducal beschrijft de onvermijdelijke verkleving van schrikbeeld, gewenste werkelijkheid en verschrikkelijke werkelijkheid. De benoeming van de term in deze onwenselijke gestalte onder een negatief voorteken is een manier om hem te reinigen. Niet naïef echter. Een geschreven reiniging met inkt wijst niet alleen af, maar legt met het gebaar van de afwijzing tegelijkertijd het afgewezene vast.