DW B 2006 5: Irony and Beyond

Voorwoord
Irony and Beyond

DW B wil in deze aflevering onderzoeken of er een postironisch tijdperk is aangebroken: Irony and Beyond. De samenstellers Brigitte Adriaensen, Saskia de Coster en Tom Sintobin verwijzen in hun brief voor de auteurs naar David Foster Wallace, die in zijn essay 'E Unibus Pluram: Television and U.S. Fiction' (1993) de populariteit van ironie op tv bekritiseert: 'Volgens hem is ironie een typisch fenomeen van deze tijd, waarbij de kijker/lezer een superieur standpunt inneemt tegenover bepaalde discoursen, bijvoorbeeld publiciteitsspots, zonder die discoursen echt in vraag te stellen. Ironie is dus een soort van gemakzuchtige, in feite onethische houding, die het niet meer aandurft om bepaalde emoties of kritische standpunten te verwoorden.'
Om
de stelling van Foster Wallace te toetsen aan de actuele kunst en cultuur, gaan de redacteuren erg breed. De reeks essayisten detecteert sporen van ironie, en wat eraan voorbijgaat: de Deense spotprenten over 'Het gezicht van Mohammed', de fotografie van Peter Granser en Jean Baudrillard, het werk van Hugo Claus en Paul Bogaert, videogames zoals de reeks Grand Theft Auto, de travestiet Boy George, de rock-'n-roll van Ray en Dave Davies, de films van Quentin Tarantino en Benoît Poelvoorde, de romantische filmkomedie, de Vlaamse Beweging ... De conclusies van de samenstellers leest u in het nummer, en kunt u zelf toetsen aan wat er nu in creatieve teksten gebeurt: Saskia de Coster, Jeroen Theunissen, Neeltje van Beveren, Jeroen van Rooij, Serge Delbruyère en Piet Vaesen.

In deze editie