DW B 2004 5: Schrijverkes: insecten en literatuur

Voorwoord
Schrijverkes: insecten en literatuur

Mieren, mestkevers, schaamluizen: hoewel insecten niet meteen een literair thema van formaat lijken, zijn ze bij nadere inspectie toch opvallend aanwezig in de wereldletterkunde. Van Gezelles 'schrijverke' via Kafka's kever, Nabokovs vlinders en Maeterlincks bijen tot Tellegens krekels neemt de wereld der insecten een bijzondere plaats in in de bellettrie van de laatste anderhalve eeuw. Terwijl dergelijke teksten zich soms gevoed weten door de biologische studie van insecten, gaan ze doorgaans verder dan de entomologie in strikte zin door insecten aan te wenden als metaforen voor allerlei politieke, levensbeschouwelijke, ja zelfs religieuze beslommeringen. Insecten zijn, in de meest antropologische betekenis van het woord, 'good to think with'. 

In deze editie