DW B 2002 3: Muziek en literatuur

Voorwoord

De lezer krijgt een symfonie van invalshoeken, gaande van muzikale teksten tot teksten over Schopenhauer, Mallarmé, Schwitters, Van Ostaijen, Kregting, Willy Roggeman en Pol Hoste. Meer dan eens wordt gesuggereerd dat muziek de meest soevereine der kunsten is, de rechtstreekse toegang tot een onzichtbare wereld, waar je met woorden maar moeilijk bij kan. Literatuur heeft echter het grote voordeel van zijn onvolmaaktheid: met de voeten in de stront en het hoofd in de wolken, of omgekeerd. Pas uit de strelingen en wrijvingen tussen het abjecte en het sublieme ontstaat vurige liefde.

In deze editie