DW B 2001 2: 2

Voorwoord
2

Luk Lambrecht over Hans op de Beeck, Agna Smisdom over Claude Wampler, Marc Reugebrink en Arjen Duinker die de degens kruisen in een e-mailgesprek. Bij Reugebrink is alles vloeiend, en wij vloeien mee; Duinker wil alsmaar dingen bevriezen, ervaringen doen stollen. Voor de eerste bestaat een gedicht niet zonder lezer, andere teksten; de tweede heeft het over poëzie die aan zichzelf bestaan toekent. Bij Reugebrink primeert wrijving en verlangen, bij Duinker iets als een gepolijst stuk marmer. Daarnaast ook nog vertaald topwerk uit het buitenland.

In deze editie