Wat je een man maakt. Essays en proza van Joost de Vries

Verschenen in: Literatuurdragers
Auteur: Sven Vitse
Joost de Vries, De republiek, Prometheus, Amsterdam, 2013.
Joost de Vries, Vechtmemoires, Prometheus, Amsterdam, 2014.
Download deze tekst in pdf:

 

‘Ik denk niet dat de aantrekkingskracht van regels over wat je een man maakt me ooit zal loslaten.’ Deze zin uit het titelhoofdstuk van Joost de Vries’ essaybundel Vechtmemoires (2014) vat de inzet van het werk van deze auteur kernachtig samen. Onzekerheid over de eigen identiteit als man en als zoon loopt als een rode draad door de essays en het proza van De Vries en manifesteert zich in motieven als oorlog, macht, status en terreur. De problematiek in dit werk is echter complexer dan dit psychologische motief suggereert. Een veelzeggende repliek van het personage Brik op de openingspagina van De Vries’ tweede roman De republiek (2013) voegt aan dit motief immers een historische dimensie toe: ‘Zeg het eerlijk, Friso, ben jij mijn Dauphin of mijn Robespierre?’

Troonopvolger of beul? Maar ook: de aristocratische orde van het ancien régime of de totalitaire revolutie van de moderne tijd? De fixatie op geschiedenis in het werk van De Vries vloeit voort uit de postmoderne metahistory, die de geschiedschrijving als narratieve constructie benadert, maar heeft niettemin een eigen en eigentijds karakter. De verteller van De republiek parafraseert instemmend de postmoderne gedachte dat over de geschiedenis ‘een romaneske sluier’ hangt, ‘met een narratieve structuur’. Toch lijkt het vraagstuk van de geschiedenis bij De Vries minder van epistemologische of ontologische dan van affectieve aard: de vraag is niet zozeer ‘hoe kan ik het verleden kennen?’, of ‘bestaat er een werkelijkheid buiten de taal?’, zoals in het postmodernisme, als wel ‘hoe kan ik de historische werkelijkheid voelen?’ De zoektocht naar deze affectieve dimensie leidt opnieuw naar oorlog en terreur.

In deze bijdrage tracht ik deze complexe problematiek te analyseren aan de hand van de twee werken die ik hierboven reeds aanhaalde: de roman De republiek en de essaybundel Vechtmemories. Daarbij hoop ik het specifieke van dit werk te kunnen interpreteren als symptomatisch voor de context waarin het verschijnt.


Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2016 2 of in bijgevoegde pdf.